German
Detailed Translations for übertreffen from German to Dutch
übertreffen: (*Using Word and Sentence Splitter)
- aber: maar; echter; nochtans; niettemin; doch
- treffen: betreffen; raken; aangaan; beïnvloeden; treffen; beroeren; ontroeren; tegen het lijf lopen; samenkomen; bijeen komen; iemand raken; iemand treffen; het treffen; mazzel hebben
- Treffen: vergadering; bijeenkomst; zitting; manifestatie; ontmoeting; treffen; overleg; conferentie; samenkomst; beraadslaging; raken