Summary
English to Dutch: more detail...
-
accomplish:
- doen; uitvoeren; verrichten; handelen; uitrichten; completeren; voltooien; afronden; afmaken; beëindigen; afwerken; klaarmaken; volbrengen; volmaken; een einde maken aan; afkrijgen; klaarkrijgen; vervullen; functie bekleden; voor elkaar krijgen; bewerkstelligen; klaarspelen; bedingen; fixen; lappen; totstandbrengen; volvoeren
English
Detailed Translations for accomplish from English to Dutch
accomplish:
-
to accomplish (do; act)
-
to accomplish (complete; finish; bring to an end; end; get ready; get done)
completeren; voltooien; afronden; afmaken; beëindigen; afwerken; klaarmaken; volbrengen; volmaken; een einde maken aan; afkrijgen; klaarkrijgen-
een einde maken aan verb (maak een einde aan, maakt een einde aan, maakte een einde aan, maakten een einde aan, een einde gemaakt aan)
-
to accomplish (occupy a position; fulfil; honor; honour; fulfill)
-
to accomplish (succeed)
voor elkaar krijgen; bewerkstelligen; klaarspelen; bedingen; fixen; lappen-
voor elkaar krijgen verb
-
bewerkstelligen verb (bewerkstellig, bewerkstelligt, bewerkstelligde, bewerkstelligden, bewerkstelligd)
-
fixen verb
-
-
to accomplish (achieve; bring about; attain)
– to gain with effort 1totstandbrengen-
totstandbrengen verb (breng totstand, brengt totstand, bracht totstand, brachten totstand, totstandgebracht)
-
-
to accomplish (fulfil; perform; fulfill)
Conjugations for accomplish:
present
- accomplish
- accomplish
- accomplishes
- accomplish
- accomplish
- accomplish
simple past
- accomplished
- accomplished
- accomplished
- accomplished
- accomplished
- accomplished
present perfect
- have accomplished
- have accomplished
- has accomplished
- have accomplished
- have accomplished
- have accomplished
past continuous
- was accomplishing
- were accomplishing
- was accomplishing
- were accomplishing
- were accomplishing
- were accomplishing
future
- shall accomplish
- will accomplish
- will accomplish
- shall accomplish
- will accomplish
- will accomplish
continuous present
- am accomplishing
- are accomplishing
- is accomplishing
- are accomplishing
- are accomplishing
- are accomplishing
subjunctive
- be accomplished
- be accomplished
- be accomplished
- be accomplished
- be accomplished
- be accomplished
diverse
- accomplish!
- let's accomplish!
- accomplished
- accomplishing
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they