Spanish
Detailed Translations for cercanÃa from Spanish to Dutch
cercanÃa: (*Using Word and Sentence Splitter)
- cercar: beschermen; afdekken; afschermen; beschutten; afschutten; insluiten; afzetten; afbakenen; omcirkelen; begrenzen; omsluiten; omlijnen; omsingelen; omranden; afpalen; beperken; omleggen; beknotten; neppen
- a: aan; naar; toe; naar toe; om; vanwege; wegens; bij; erbij; erop; ongeveer; omtrent; ertoe; te
- cercanía: buurt; nabijheid
- A: EVERYONE; A
- AA: AA