Remove Ads

Spanish

Detailed Translations for fundar from Spanish to Dutch

fundar:

fundar verb

  1. fundar (establecer; constituir)
    oprichten; stichten; instellen; invoeren
    • oprichten verb (richt op, richtte op, richtten op, opgericht)
    • stichten verb (sticht, stichtte, stichtten, gesticht)
    • instellen verb (stel in, stelt in, stelde in, stelden in, ingesteld)
    • invoeren verb (voer in, voert in, voerde in, voerden in, ingevoerd)
  2. fundar (construir; crear; establecer; )
    bouwen; construeren
    • bouwen verb (bouw, bouwt, bouwde, bouwden, gebouwd)
    • construeren verb (construeer, construeert, construeerde, construeerden, geconstrueerd)
  3. fundar (fundamentar; basar)
    onderbouwen; funderen; onderheien
    • onderbouwen verb (onderbouw, onderbouwt, onderbouwde, onderbouwden, onderbouwd)
    • funderen verb (fundeer, fundeert, fundeerde, fundeerden, gefundeerd)
    • onderheien verb
  4. fundar (establecer; colonizar)
    koloniseren; vestigen; settelen
    • koloniseren verb (koloniseer, koloniseert, koloniseerde, koloniseerden, gekoloniseerd)
    • vestigen verb (vestig, vestigt, vestigde, vestigden, gevestigd)
    • settelen verb (settel, settelt, settelde, settelden, gesetteld)
  5. fundar (montar; arreglar; organizar; )
    regelen; arrangeren; iets op touw zetten
  6. fundar (iniciar; establecer; acondicionar; )
  7. fundar (basar; cimentar)
    begronden
    • begronden verb (begrond, begrondt, begrondde, begrondden, begrond)
  8. fundar (echar raíces; fundamentar; basar en)
    aarden; gronden
    • aarden verb (aard, aardt, aardde, aardden, geaard)
    • gronden verb (grond, grondt, grondde, grondden, gegrond)
  9. fundar
    grondvesten; funderen; gronden
    • grondvesten verb (grondvest, grondvestte, grondvestten, gegrondvest)
    • funderen verb (fundeer, fundeert, fundeerde, fundeerden, gefundeerd)
    • gronden verb (grond, grondt, grondde, grondden, gegrond)

Conjugations for fundar:

presente
  1. fundo
  2. fundas
  3. funda
  4. fundamos
  5. fundáis
  6. fundan
imperfecto
  1. fundaba
  2. fundabas
  3. fundaba
  4. fundábamos
  5. fundabais
  6. fundaban
indefinido
  1. fundé
  2. fundaste
  3. fundó
  4. fundamos
  5. fundasteis
  6. fundaron
fut. de ind.
  1. fundaré
  2. fundarás
  3. fundará
  4. fundaremos
  5. fundaréis
  6. fundarán
condic.
  1. fundaría
  2. fundarías
  3. fundaría
  4. fundaríamos
  5. fundaríais
  6. fundarían
pres. de subj.
  1. que funde
  2. que fundes
  3. que funde
  4. que fundemos
  5. que fundéis
  6. que funden
imp. de subj.
  1. que fundara
  2. que fundaras
  3. que fundara
  4. que fundáramos
  5. que fundarais
  6. que fundaran
miscelánea
  1. ¡funda!
  2. ¡fundad!
  3. ¡no fundes!
  4. ¡no fundéis!
  5. fundado
  6. fundando
1. yo, 2. tú, 3. él/ella/usted, 4. nosotros/nosotras, 5. vosotros/vosotras, 6. ellos/ellas/ustedes

Synonyms for "fundar":


External Machine Translations:
Images:


Remove Ads

Remove Ads