Remove Ads

Spanish

Detailed Translations for perspectiva from Spanish to Dutch

perspectiva:

perspectiva [la ~] noun

  1. la perspectiva
    het vooruitzicht; de toekomst; de perspectief; de kans
  2. la perspectiva (mirada; panorama; vistazo; )
    het uitzicht; het prospect; de zicht; het gezicht; de kijk; vue; het panorama; het vergezicht
  3. la perspectiva (visión; entendimiento; discernimiento; )
    de visie; de beschouwing; het inzicht
  4. la perspectiva (anticipación; esperanza; expectación; expectativa; previsión)
    de verwachting; de hoop; de afwachting
  5. la perspectiva (punto de vista; posición; enfoque; )
    het standpunt; zienswijs; de perspectief; de invalshoek; het gezichtspunt; het oogpunt; de gezichtshoek

Synonyms for "perspectiva":


External Machine Translations:
Images:

Related Translations for perspectiva



Remove Ads

Remove Ads