Summary
French to Dutch: more detail...
-
garde:
- bergen; bewaren; garde; baker; beheer; toezicht; controle; bewaking; zeggenschap; hoede; zorg; bescherming; berging; bewaarplaats; surveillance; bewaring; in bewaring geven; toevertrouwen
- suppoost; bewaker; portier; wacht; cipier; gevangenbewaarder; persoon die op wacht staat; wachter; uitkijk; kraaiennest
- beveiliging
-
garder:
- houden; achterhouden; geen afstand doen van; inhouden; beschermen; behouden; in bescherming nemen; behoeden; bewaren; conserveren; toezicht houden; surveilleren; bewaken; toezien; opzij leggen; wegzetten; hoeden; leggen; plaatsen; neerleggen; deponeren; wegleggen; vasthouden; niet laten gaan; handhaven; stand houden; opsluiten; isoleren; interneren; gevangen zetten; voorbehouden; reserveren; vrijhouden; openhouden; vastzetten; in de cel zetten; beveiligen; van alarm voorzien; patrouilleren
French
Detailed Translations for garde from French to Dutch
garde:
-
la garde (conservation; préservation)
-
la garde
-
la garde
-
la garde (gestion; contrôle; surveillance; supervision)
het beheer; het toezicht; de controle; de bewaking; de zeggenschap; de hoede; de zorg; de bescherming -
la garde (dépôt; conservation; détention)
-
la garde (surveillance; contrôle; supervision; inspection; gestion; traitement)
-
la garde (consignation; conservation; dépôt; détention; préservation)
-
le garde (surveillant; gardien; portier; huissier; veilleur; concierge)
-
le garde (gardien de prison; gardien; concierge; portier; guet; gardienne; sentinelle; surveillante; portière; protecteur; veilleur; protectrice; patrouille; gardien d'immeuble)
-
le garde (sentinelle; surveillant; veilleur)
-
le garde (nid de pie; veille; guetteur; gardien; ronde; guet; observatoire; patrouille; garde de nuit; poste de garde; poste d'observation; poste de surveillance)
-
garde
de beveiliging
Translation Matrix for garde:
Synonyms for "garde":
garder:
garder verb (garde, gardes, gardons, gardez, gardent, gardais, gardait, gardions, gardiez, gardaient, gardai, gardas, garda, gardâmes, gardâtes, gardèrent, garderai, garderas, gardera, garderons, garderez, garderont)
-
garder (retenir)
-
garder (protéger; maintenir; sauvegarder; défendre; veiller; conserver; surveiller; préserver; assurer la surveillance; abriter; mettre à l'abri de; veiller sur quelqu'un; veiller sur quelque chose)
beschermen; behouden; in bescherming nemen; behoeden-
in bescherming nemen verb (neem in bescherming, neemt in bescherming, nam in bescherming, namen in bescherming, in bescherming genomen)
-
garder (conserver; maintenir; préserver)
-
garder (surveiller; observer; patrouiller)
toezicht houden; surveilleren; bewaken; toezien-
toezicht houden verb (houd toezicht, houdt toezicht, hield toezicht, hielden toezicht, toezicht gehouden)
-
-
garder (mettre de côté; ranger)
-
garder
-
garder (poser qch; mettre; préserver; déposer; placer; ranger; installer)
-
garder (ne pas laisser aller; tenir; retenir; garder chez soi)
-
garder (se maintenir; maintenir; retenir; conserver)
-
garder (emprisonner; tenir; détenir; interner; retenir; conserver)
-
garder (réserver; mettre à part; retenir; mettre de côté; poser de côté; mettre à l'écart)
-
garder (retenir libre; réserver)
-
garder (emprisonner; tenir; détenir; conserver; retenir)
-
garder (équiper d'un dispositif d'alarme; protéger; sauvegarder; abriter; préserver; mettre en sûreté; dissimuler; cacher; receler)
-
garder (patrouiller; surveiller; observer)
Conjugations for garder:
Présent
- garde
- gardes
- garde
- gardons
- gardez
- gardent
imparfait
- gardais
- gardais
- gardait
- gardions
- gardiez
- gardaient
passé simple
- gardai
- gardas
- garda
- gardâmes
- gardâtes
- gardèrent
futur simple
- garderai
- garderas
- gardera
- garderons
- garderez
- garderont
subjonctif présent
- que je garde
- que tu gardes
- qu'il garde
- que nous gardions
- que vous gardiez
- qu'ils gardent
conditionnel présent
- garderais
- garderais
- garderait
- garderions
- garderiez
- garderaient
passé composé
- ai gardé
- as gardé
- a gardé
- avons gardé
- avez gardé
- ont gardé
divers
- garde!
- gardez!
- gardons!
- gardé
- gardant
1. je, 2. tu/vous, 3. il/elle/on, 4. nous, 5. vous, 6. ils/elles