French
Detailed Translations for église from French to Dutch
église: (*Using Word and Sentence Splitter)
- à: naar; toe; naar toe; in; te; van; aan; bij; erbij; erop; ergens naartoe; via; ter; à; daaraan
- église: kerk; kerkgebouw; godshuis; bedehuis; parochie; kerkgemeenschap
- avoir: hebben; bezitten; beschikken over; in eigendom hebben; afzetten; bedriegen; oplichten; misleiden; belazeren; bedonderen; besodemieteren; beduvelen; zwendelen; bezit; tegoed; baten; activa; vermogen; geldelijk vermogen; creditnota