Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. gelijk trekken:


Dutch

Detailed Translations for gelijk trekken from Dutch to German

gelijk trekken:

gelijk trekken verb (trek gelijk, trekt gelijk, trok gelijk, trokken gelijk, gelijk getrokken)

  1. gelijk trekken
    regulieren; angleichen
    • regulieren verb (reguliere, regulierst, reguliert, regulierte, reguliertet, reguliert)
    • angleichen verb (gleiche an, gliechest an, gliecht an, glich an, glicht an, angeglichen)

Conjugations for gelijk trekken:

o.t.t.
  1. trek gelijk
  2. trekt gelijk
  3. trekt gelijk
  4. trekken gelijk
  5. trekken gelijk
  6. trekken gelijk
o.v.t.
  1. trok gelijk
  2. trok gelijk
  3. trok gelijk
  4. trokken gelijk
  5. trokken gelijk
  6. trokken gelijk
v.t.t.
  1. heb gelijk getrokken
  2. hebt gelijk getrokken
  3. heeft gelijk getrokken
  4. hebben gelijk getrokken
  5. hebben gelijk getrokken
  6. hebben gelijk getrokken
v.v.t.
  1. had gelijk getrokken
  2. had gelijk getrokken
  3. had gelijk getrokken
  4. hadden gelijk getrokken
  5. hadden gelijk getrokken
  6. hadden gelijk getrokken
o.t.t.t.
  1. zal gelijk trekken
  2. zult gelijk trekken
  3. zal gelijk trekken
  4. zullen gelijk trekken
  5. zullen gelijk trekken
  6. zullen gelijk trekken
o.v.t.t.
  1. zou gelijk trekken
  2. zou gelijk trekken
  3. zou gelijk trekken
  4. zouden gelijk trekken
  5. zouden gelijk trekken
  6. zouden gelijk trekken
diversen
  1. trek gelijk!
  2. trekt gelijk!
  3. gelijk getrokken
  4. gelijk trekkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for gelijk trekken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
angleichen gelijk trekken assimileren
regulieren gelijk trekken afspreken; arrangeren; bedisselen; normaliseren; regelen; reglementeren; regulariseren; reguleren; standaardiseren

Related Translations for gelijk trekken