Dutch

Detailed Translations for onderworpen from Dutch to German

onderworpen:


Translation Matrix for onderworpen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
beherrschen bedaren; bedwingen; beheersen; beteugelen; bevelen; commanderen; de overhand hebben; decreteren; domineren; gebieden; gelasten; gezaghebben; heersen; inhouden; inslikken; intomen; macht uitoefenen; matigen; opdragen; overheersen; regeren; rustig blijven; verordenen
dominieren de overhand hebben; domineren; overheersen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
abhängig bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen afhankelijk; afhankelijke cel; onzelfstandig
untergeordnet bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen afhankelijk; arm; inferieur; minderwaardig; onderliggend; onderliggend element; onderliggend knooppunt; ondermaats; onderschikkend; ondeugdelijk; slecht; subaltern; subordinerend; tweederangs; zwak
ModifierRelated TranslationsOther Translations
beherrschen gedomineerd; onderworpen
beherrscht gedomineerd; onderworpen
dominieren gedomineerd; onderworpen
dominiert gedomineerd; onderworpen
folgsam gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam dienstbaar; dienstwillig; gedienstig; gedwee; gehoorzaam; gewillig; inschikkelijk; meegaand; slaafs; soepel; tam; toegeeflijk; toegevend; volgzaam; willig
füglich gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam voegzaam
fügsam gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam buigzaam; dienstbaar; dienstwillig; flexibel; geduldig; gedwee; gehoorzaam; gewillig; inschikkelijk; kalm afwachtend; kneedbaar; meegaand; soepel; toegeeflijk; toegevend; vormbaar; willig
gefügig gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam buigzaam; flexibel; gedwee; gehoorzaam; gemakkelijk te hanteren; gewillig; handelbaar; hanteerbaar; in een handomdraai; inschikkelijk; kneedbaar; licht; lichtwegend; meegaand; moeiteloos; soepel; tam; toegeeflijk; toegevend; vanzelf; vormbaar; zonder moeite
gehorsam bijkomstig; gedwee; inferieur; meegaand; onderdanig aan; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen; volgzaam dienstbaar; dienstwillig; gedwee; gehoorzaam; gewillig; inschikkelijk; meegaand; soepel; tam; toegeeflijk; toegevend; willig
hündisch bijkomstig; inferieur; onderdanig aan; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen honds
inhaltslos bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen hol; inhoudsloos; knudde; leeg; nietszeggend
nebensächlich bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen knudde
schlecht bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen akelig; armzalig; bedorven; bekaaid; beroerd; ellendig; er bekaaid afkomen; gammel; gebrekkig; gemeen; karig; krakkemikkig; kwaadwillig; luguber; macaber; mager; met slechte intentie; min; misplaatst; misselijk; naar; ondeugdelijk; onpasselijk; onwel; ploertig; pover; rot; rottig; schamel; schraal; slecht; spookachtig; vals; vergaan; verrot; wankel; zwak
sekundär bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen secondair; secundair
sklavisch knechts; onderdanig; onderworpen; serviel; slaafs
untergeben bijkomstig; inferieur; onderdanig aan; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen kruiperig
untertänig bijkomstig; gedwee; inferieur; meegaand; onderdanig aan; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen; volgzaam kruiperig
unterworfen gedwee; meegaand; onderworpen; volgzaam
wertlos bijkomstig; inferieur; ondergeschikt; onderhorig; onderworpen waardeloos

Related Words for "onderworpen":


onderworpen form of onderwerpen:

onderwerpen verb (onderwerp, onderwerpt, onderwierp, onderwierpen, onderworpen)

  1. onderwerpen (onder gezag brengen)
    unterwerfen; bändigen; demütigen; zähmen; unter die Gewalt bringen
    • unterwerfen verb (unterwerfe, unterwirfst, unterwirft, unterwarf, unterwarft, unterworfen)
    • bändigen verb (bändige, bändigst, bändigt, bändigte, bändigtet, gebändigt)
    • demütigen verb (demütige, demütigst, demütigt, demütigte, demütigtet, demütigt)
    • zähmen verb (zähme, zähmst, zähmt, zähmte, zähmtet, gezähmt)
  2. onderwerpen (machtiger zijn; overheersen; beheersen; heersen over)

Conjugations for onderwerpen:

o.t.t.
  1. onderwerp
  2. onderwerpt
  3. onderwerpt
  4. onderwerpen
  5. onderwerpen
  6. onderwerpen
o.v.t.
  1. onderwierp
  2. onderwierp
  3. onderwierp
  4. onderwierpen
  5. onderwierpen
  6. onderwierpen
v.t.t.
  1. ben onderworpen
  2. bent onderworpen
  3. is onderworpen
  4. zijn onderworpen
  5. zijn onderworpen
  6. zijn onderworpen
v.v.t.
  1. was onderworpen
  2. was onderworpen
  3. was onderworpen
  4. waren onderworpen
  5. waren onderworpen
  6. waren onderworpen
o.t.t.t.
  1. zal onderwerpen
  2. zult onderwerpen
  3. zal onderwerpen
  4. zullen onderwerpen
  5. zullen onderwerpen
  6. zullen onderwerpen
o.v.t.t.
  1. zou onderwerpen
  2. zou onderwerpen
  3. zou onderwerpen
  4. zouden onderwerpen
  5. zouden onderwerpen
  6. zouden onderwerpen
en verder
  1. heb onderworpen
  2. hebt onderworpen
  3. heeft onderworpen
  4. hebben onderworpen
  5. hebben onderworpen
  6. hebben onderworpen
diversen
  1. onderwerp!
  2. onderwerpt!
  3. onderworpen
  4. onderwerpend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

onderwerpen [de ~] noun, plural

  1. de onderwerpen (thema's)
    die Themen

Translation Matrix for onderwerpen:

NounRelated TranslationsOther Translations
Themen onderwerpen; thema's
VerbRelated TranslationsOther Translations
bändigen onder gezag brengen; onderwerpen beheersen; beteugelen; intomen; temmen
demütigen onder gezag brengen; onderwerpen verdeemoedigen; vernederen
mächtiger sein beheersen; heersen over; machtiger zijn; onderwerpen; overheersen
unter die Gewalt bringen onder gezag brengen; onderwerpen
unterwerfen onder gezag brengen; onderwerpen bloot stellen aan; overmannen; overmeesteren; overweldigen; zich meester maken van
zähmen onder gezag brengen; onderwerpen overmannen; overmeesteren; overweldigen; temmen; zich meester maken van

Related Words for "onderwerpen":


Related Definitions for "onderwerpen":

  1. laten doen wat jij wil1
    • de Duitsers onderwierpen de Poolse bevolking1
  2. laten meemaken1
    • ik onderwerp hem aan een test1

Wiktionary Translations for onderwerpen:

onderwerpen
verb
  1. gezag opleggen
  2. zich overgeven

Cross Translation:
FromToVia
onderwerpen unterwerfen subdue — to bring (a country) under control by force
onderwerpen unterwerfen subject — to cause to undergo
onderwerpen bezwingen; überwältigen; unterbreiten; unterwerfen soumettreréduire, ranger sous la puissance, sous l’autorité, mettre dans un état de dépendance.