Dutch
Detailed Translations for oordeel from Dutch to German
oordeel:
-
het oordeel (meningsuiting)
-
het oordeel (zienswijze; gezichtspunt; opvatting; visie; inzicht; interpretatie; denkbeeld; standpunt; idee; mening; opinie; lezing)
-
het oordeel (visie; opvatting; zienswijze; kijk; mening; denkbeeld; opinie)
die Sicht; die Vorstellung; die Auffassung; die Meinung; der Gesichtspunkt; die Erkenntnis; die Anschauungsweise; der Eindruck; die Ansicht; die Idee; der Einfall; der Gedanke; der Standpunkt; die Eindrücke; die Denkweise; der Begriff; die Einfälle; Erkennen; die Erkennung; der Blickpunkt; die Eingebung
Related Words for "oordeel":
Synonyms for "oordeel":
Related Definitions for "oordeel":
oordeel form of oordelen:
-
oordelen (een oordeel wijzen; rechtspreken)
Conjugations for oordelen:
o.t.t.
- oordeel
- oordeelt
- oordeelt
- oordelen
- oordelen
- oordelen
o.v.t.
- oordeelde
- oordeelde
- oordeelde
- oordeelden
- oordeelden
- oordeelden
v.t.t.
- heb geoordeeld
- hebt geoordeeld
- heeft geoordeeld
- hebben geoordeeld
- hebben geoordeeld
- hebben geoordeeld
v.v.t.
- had geoordeeld
- had geoordeeld
- had geoordeeld
- hadden geoordeeld
- hadden geoordeeld
- hadden geoordeeld
o.t.t.t.
- zal oordelen
- zult oordelen
- zal oordelen
- zullen oordelen
- zullen oordelen
- zullen oordelen
o.v.t.t.
- zou oordelen
- zou oordelen
- zou oordelen
- zouden oordelen
- zouden oordelen
- zouden oordelen
en verder
- is geoordeeld
- zijn geoordeeld
diversen
- oordeel!
- oordeelt!
- geoordeeld
- oordelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Related Words for "oordelen":
External Machine Translations:
Images: