Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. stijf staan:


Dutch

Detailed Translations for stijf staan from Dutch to German

stijf staan:

stijf staan verb (sta stijf, staat stijf, stond stijf, stonden stijf, stijf gestaand)

  1. stijf staan
    starren
    • starren verb (starre, starrst, starrt, starrte, starrtet, gestarrt)

Conjugations for stijf staan:

o.t.t.
  1. sta stijf
  2. staat stijf
  3. staat stijf
  4. staan stijf
  5. staan stijf
  6. staan stijf
o.v.t.
  1. stond stijf
  2. stond stijf
  3. stond stijf
  4. stonden stijf
  5. stonden stijf
  6. stonden stijf
v.t.t.
  1. heb stijf gestaand
  2. hebt stijf gestaand
  3. heeft stijf gestaand
  4. hebben stijf gestaand
  5. hebben stijf gestaand
  6. hebben stijf gestaand
v.v.t.
  1. had stijf gestaand
  2. had stijf gestaand
  3. had stijf gestaand
  4. hadden stijf gestaand
  5. hadden stijf gestaand
  6. hadden stijf gestaand
o.t.t.t.
  1. zal stijf staan
  2. zult stijf staan
  3. zal stijf staan
  4. zullen stijf staan
  5. zullen stijf staan
  6. zullen stijf staan
o.v.t.t.
  1. zou stijf staan
  2. zou stijf staan
  3. zou stijf staan
  4. zouden stijf staan
  5. zouden stijf staan
  6. zouden stijf staan
en verder
  1. ben stijf gestaand
  2. bent stijf gestaand
  3. is stijf gestaand
  4. zijn stijf gestaand
  5. zijn stijf gestaand
  6. zijn stijf gestaand
diversen
  1. sta stijf!
  2. stat stijf!
  3. stijf gestaand
  4. stijf staand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for stijf staan:

VerbRelated TranslationsOther Translations
starren stijf staan aangapen; aanstaren; doelloos kijken; staarogen; staren; stokstijf staan; turen

Related Translations for stijf staan