Summary


Dutch

Detailed Translations for tenietdoen from Dutch to English

tenietdoen:

tenietdoen verb

  1. tenietdoen (delgen; vernietigen)
    to nullify; to annul; to cancel; to undo
    • nullify verb (nullifies, nullified, nullifying)
    • annul verb (annuls, annulled, annulling)
    • cancel verb (cancels, canceled, canceling)
    • undo verb (undoes, undid, undoing)
  2. tenietdoen (ontkrachten; nietig verklaren; nietig maken)
    to nullify; to neutralize; negate; neutralise
    – make ineffective by counterbalancing the effect of 1
    • nullify verb (nullifies, nullified, nullifying)
    • neutralize verb, American (neutralizes, neutralized, neutralizing)
      • Her optimism neutralizes his gloom1
    • negate verb
      • This action will negate the effect of my efforts1
    • neutralise verb, British

Translation Matrix for tenietdoen:

NounRelated TranslationsOther Translations
undo terugdraaifase
VerbRelated TranslationsOther Translations
annul delgen; tenietdoen; vernietigen afbestellen; afgelasten; afzeggen; annuleren; intrekken; nietig verklaren; nullificeren; ondervangen; opheffen; te niet doen; teniet doen; verijdelen; vernietigen
cancel delgen; tenietdoen; vernietigen afbestellen; afblazen; afgelasten; afzeggen; annuleren; doorhalen; intrekken; nietig verklaren; nullificeren; ondervangen; opheffen; schrappen; teniet doen; terugdraaien; verijdelen; vernietigen
negate nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; tenietdoen loochenen; ontkennen
neutralise nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; tenietdoen neutraliseren; nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen
neutralize nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; tenietdoen neutraliseren; nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen
nullify delgen; nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; tenietdoen; vernietigen nullificeren; ondervangen; opheffen; te niet doen; teniet doen; verijdelen; vernietigen
undo delgen; tenietdoen; vernietigen loshaken; loshalen; losknopen; loskrijgen; nullificeren; ondervangen; ongedaan maken; ontknopen; open krijgen; opheffen; te niet doen; teniet doen; terugdraaien; uithalen; verijdelen; vernietigen

Wiktionary Translations for tenietdoen:

tenietdoen
verb
  1. tot niets terugbrengen
tenietdoen
verb
  1. to neutralize
  2. to put an end to
  3. to reverse

Cross Translation:
FromToVia
tenietdoen repeal; annul; nullify; rescind; abrogate; void abroger — Rendre nul. principalement en parlant de lois, de coutumes
tenietdoen abolish; annul; cancel; drop; lift; negate; nullify; repeal; rescind; void; abrogate; abate annulerrendre nul.
tenietdoen get rid of; abolish; delete; annul; nullify supprimer — Traductions à trier suivant le sens

teniet doen:

teniet doen verb

  1. teniet doen (opheffen; verijdelen; nullificeren; vernietigen; ondervangen)
    to abolish; to nullify; to cancel; to annul; to undo
    • abolish verb (abolishes, abolished, abolishing)
    • nullify verb (nullifies, nullified, nullifying)
    • cancel verb (cancels, canceled, canceling)
    • annul verb (annuls, annulled, annulling)
    • undo verb (undoes, undid, undoing)
  2. teniet doen (opheffen; terugdraaien; nullificeren; vernietigen; ondervangen)
    to neutralize; to cancel; to undo; to unhitch; to unpick; to neutralise
    • neutralize verb, American (neutralizes, neutralized, neutralizing)
    • cancel verb (cancels, canceled, canceling)
    • undo verb (undoes, undid, undoing)
    • unhitch verb (unhitches, unhitched, unhitching)
    • unpick verb (unpicks, unpicked, unpicking)
    • neutralise verb, British

Translation Matrix for teniet doen:

NounRelated TranslationsOther Translations
undo terugdraaifase
VerbRelated TranslationsOther Translations
abolish nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; verijdelen; vernietigen opdoeken; opheffen
annul nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; verijdelen; vernietigen afbestellen; afgelasten; afzeggen; annuleren; delgen; intrekken; nietig verklaren; te niet doen; tenietdoen; vernietigen
cancel nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; verijdelen; vernietigen afbestellen; afblazen; afgelasten; afzeggen; annuleren; delgen; doorhalen; intrekken; nietig verklaren; schrappen; tenietdoen; vernietigen
neutralise nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen neutraliseren; nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; tenietdoen
neutralize nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen neutraliseren; nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; tenietdoen
nullify nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; verijdelen; vernietigen delgen; nietig maken; nietig verklaren; ontkrachten; te niet doen; tenietdoen; vernietigen
undo nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; verijdelen; vernietigen delgen; loshaken; loshalen; losknopen; loskrijgen; ongedaan maken; ontknopen; open krijgen; te niet doen; tenietdoen; uithalen; vernietigen
unhitch nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen loshaken
unpick nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; terugdraaien; vernietigen loshaken; loshalen; loskrijgen; losmaken; lostornen; tornen; uithalen; uittrekken

te niet doen:

te niet doen verb (doe te niet, doet te niet, deed te niet, deden te niet, te niet gedaan)

  1. te niet doen
    to rescind; to nullify; to annul; to undo
    • rescind verb (rescinds, rescinded, rescinding)
    • nullify verb (nullifies, nullified, nullifying)
    • annul verb (annuls, annulled, annulling)
    • undo verb (undoes, undid, undoing)

Conjugations for te niet doen:

o.t.t.
  1. doe te niet
  2. doet te niet
  3. doet te niet
  4. doen te niet
  5. doen te niet
  6. doen te niet
o.v.t.
  1. deed te niet
  2. deed te niet
  3. deed te niet
  4. deden te niet
  5. deden te niet
  6. deden te niet
v.t.t.
  1. heb te niet gedaan
  2. hebt te niet gedaan
  3. heeft te niet gedaan
  4. hebben te niet gedaan
  5. hebben te niet gedaan
  6. hebben te niet gedaan
v.v.t.
  1. had te niet gedaan
  2. had te niet gedaan
  3. had te niet gedaan
  4. hadden te niet gedaan
  5. hadden te niet gedaan
  6. hadden te niet gedaan
o.t.t.t.
  1. zal te niet doen
  2. zult te niet doen
  3. zal te niet doen
  4. zullen te niet doen
  5. zullen te niet doen
  6. zullen te niet doen
o.v.t.t.
  1. zou te niet doen
  2. zou te niet doen
  3. zou te niet doen
  4. zouden te niet doen
  5. zouden te niet doen
  6. zouden te niet doen
en verder
  1. ben te niet gedaan
  2. bent te niet gedaan
  3. is te niet gedaan
  4. zijn te niet gedaan
  5. zijn te niet gedaan
  6. zijn te niet gedaan
diversen
  1. doe te niet!
  2. doet te niet!
  3. te niet gedaan
  4. te niet doend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for te niet doen:

NounRelated TranslationsOther Translations
undo terugdraaifase
VerbRelated TranslationsOther Translations
annul te niet doen afbestellen; afgelasten; afzeggen; annuleren; delgen; intrekken; nietig verklaren; nullificeren; ondervangen; opheffen; teniet doen; tenietdoen; verijdelen; vernietigen
nullify te niet doen delgen; nietig maken; nietig verklaren; nullificeren; ondervangen; ontkrachten; opheffen; teniet doen; tenietdoen; verijdelen; vernietigen
rescind te niet doen afbestellen; afgelasten; afzeggen; annuleren; intrekken; nietig verklaren
undo te niet doen delgen; loshaken; loshalen; losknopen; loskrijgen; nullificeren; ondervangen; ongedaan maken; ontknopen; open krijgen; opheffen; teniet doen; tenietdoen; terugdraaien; uithalen; verijdelen; vernietigen