| Noun | Related Translations | Other Translations |
|
excepting
|
|
uitzonderen
|
| Verb | Related Translations | Other Translations |
|
except
|
|
buitensluiten; uitsluiten; uitzonderen
|
|
save
|
|
behoeden; beschermen; bescherming bieden; beschutten; besparen; bewaren; bezuinigen; bijeenzamelen; conserveren; geld besparen; in acht nemen; instandhouden; korten; matigen; minder gebruiken; ontzien; op bankrekening zetten; opeenhopen; oppotten; opslaan; opzij leggen; redden; sparen; vergaren; verschonen; verzamelen; wegzetten
|
| Adjective | Related Translations | Other Translations |
|
-
|
uitgezonderd
|
|
| Adverb | Related Translations | Other Translations |
|
but
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
doch; echter; maar; niettemin; nochtans
|
|
irrespective
|
behalve; naast; ongeacht
|
|
| Other | Related Translations | Other Translations |
|
but
|
|
doch
|
|
in spite of
|
|
in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; weerwil
|
| Modifier | Related Translations | Other Translations |
|
except
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
tenzij; uitgezonderd
|
|
except for
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
behoudens
|
|
excepting
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
tenzij; uitgezonderd
|
|
exclusive of
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
|
|
in spite of
|
behalve; naast; ongeacht
|
|
|
outside of
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
|
|
regardless
|
behalve; naast; ongeacht
|
ongeïnteresseerd; onverschillig
|
|
save
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
behoudens
|
|
to the exclusion of
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
|
|
with the exception of
|
behalve; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd
|
|