Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. grijper:


Dutch

Detailed Translations for grijper from Dutch to English

grijper:

grijper [de ~ (m)] noun

  1. de grijper
    the gripper; the grab; the claw; the bucket

Translation Matrix for grijper:

NounRelated TranslationsOther Translations
bucket grijper aker; bak; barrel; bucket; emmer; fust; kuip; pot; schepemmer; schepper; teil; ton; vat
claw grijper klauw; vangarm
grab grijper arresteren; grijpen; vangarm
gripper grijper balkgreep
VerbRelated TranslationsOther Translations
claw krassen; zich krabben
grab aanklampen; beetgrijpen; beetpakken; grijpen; klauwen; naar zich toe trekken; pakken; vangen; vastklampen; vastpakken; vatten; verstrikken

Related Words for "grijper":

  • grijpers