Dutch
Detailed Translations for ontleden from Dutch to English
ontleden:
-
ontleden (analyseren)
-
ontleden (anatomiseren; uit elkaar nemen)
Conjugations for ontleden:
o.t.t.
- ontleed
- ontleedt
- ontleedt
- ontleden
- ontleden
- ontleden
o.v.t.
- ontleedde
- ontleedde
- ontleedde
- ontleedden
- ontleedden
- ontleedden
v.t.t.
- heb ontleden
- hebt ontleden
- heeft ontleden
- hebben ontleden
- hebben ontleden
- hebben ontleden
v.v.t.
- had ontleden
- had ontleden
- had ontleden
- hadden ontleden
- hadden ontleden
- hadden ontleden
o.t.t.t.
- zal ontleden
- zult ontleden
- zal ontleden
- zullen ontleden
- zullen ontleden
- zullen ontleden
o.v.t.t.
- zou ontleden
- zou ontleden
- zou ontleden
- zouden ontleden
- zouden ontleden
- zouden ontleden
en verder
- ben ontleden
- bent ontleden
- is ontleden
- zijn ontleden
- zijn ontleden
- zijn ontleden
diversen
- ontleed!
- ontleedt!
- ontleden
- ontledend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
-
ontleden (analyse; analyseren)
Translation Matrix for ontleden:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| analysing | analyse; analyseren; ontleden | |
| analysis | analyse; analyseren; ontleden | analyse; boekbespreking; inspectie; navorsing; onderzoek; recensie |
| dissection | analyse; analyseren; ontleden | autopsie; lijkschouwing; sectie |
| pull down | omhalen | |
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| analyse | analyseren; ontleden | |
| analyze | analyseren; ontleden | |
| anatomise | analyseren; ontleden | |
| anatomize | analyseren; ontleden | |
| dismantle | anatomiseren; ontleden; uit elkaar nemen | demonteren; liquideren; ontmantelen; onttakelen; uit elkaar halen; uit elkaar nemen; uiteen nemen; uitroeien |
| dissect | analyseren; anatomiseren; ontleden; uit elkaar nemen | |
| pull down | anatomiseren; ontleden; uit elkaar nemen | afbreken; breken; erafhalen; fel bekritiseren; neerhalen; omlaaghalen; omverhalen; omvertrekken; slopen; uit elkaar halen |
| take apart | anatomiseren; ontleden; uit elkaar nemen |