Dutch to English:   more detail...
  1. opzoeken:
  2. Wiktionary:


Detailed Translations for opzoeken from Dutch to English


opzoeken verb (zoek op, zoekt op, zocht op, zochten op, opgezocht)

  1. opzoeken (naslaan)
    to look up
    • look up verb (looks up, looked up, looking up)
  2. opzoeken (op bezoek komen; bezoeken; langskomen; )
    to visit
    • visit verb (visits, visited, visiting)
    to drop by; to drop in
    – visit informally and spontaneously 1
    • drop by verb (drops by, dropped by, dropping by)
      • We frequently drop by the neighbors' house for a cup of coffee1
    • drop in verb (drops in, dropped in, dropping in)

Conjugations for opzoeken:

  1. zoek op
  2. zoekt op
  3. zoekt op
  4. zoeken op
  5. zoeken op
  6. zoeken op
  1. zocht op
  2. zocht op
  3. zocht op
  4. zochten op
  5. zochten op
  6. zochten op
  1. heb opgezocht
  2. hebt opgezocht
  3. heeft opgezocht
  4. hebben opgezocht
  5. hebben opgezocht
  6. hebben opgezocht
  1. had opgezocht
  2. had opgezocht
  3. had opgezocht
  4. hadden opgezocht
  5. hadden opgezocht
  6. hadden opgezocht
  1. zal opzoeken
  2. zult opzoeken
  3. zal opzoeken
  4. zullen opzoeken
  5. zullen opzoeken
  6. zullen opzoeken
  1. zou opzoeken
  2. zou opzoeken
  3. zou opzoeken
  4. zouden opzoeken
  5. zouden opzoeken
  6. zouden opzoeken
en verder
  1. ben opgezocht
  2. bent opgezocht
  3. is opgezocht
  4. zijn opgezocht
  5. zijn opgezocht
  6. zijn opgezocht
  1. zoek op!
  2. zoekt op!
  3. opgezocht
  4. opzoekend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze


  1. opzoeken (naslag)
    the reference

Translation Matrix for opzoeken:

NounRelated TranslationsOther Translations
reference naslag; opzoeken getuigschrift; referentie; toespeling; verwijzing
visit bezichtigen; bezichtiging
VerbRelated TranslationsOther Translations
drop by aankomen; bezoeken; inlopen; langskomen; op bezoek komen; opzoeken; voorbijkomen aankomen; aanlopen; bezoeken; binnenvallen; iemand opzoeken; komen aanlopen; langsgaan; langskomen; onverwachts langskomen; op visite gaan; voorbijkomen
drop in aankomen; bezoeken; inlopen; langskomen; op bezoek komen; opzoeken; voorbijkomen binnenwippen; overwippen
look up naslaan; opzoeken aankomen; bezoeken; iemand opzoeken; iets opzoeken; langsgaan; langskomen; naar boven kijken; naar boven zien; nazoeken; omhoogkijken; op visite gaan; voorbijkomen
visit aankomen; bezoeken; inlopen; langskomen; op bezoek komen; opzoeken; voorbijkomen aankomen; aanschouwen; afspreken; bekijken; bezichtigen; bezien; bezoeken; bij elkaar komen; elkaar ontmoeten; elkaar zien; iemand opzoeken; langsgaan; langskomen; lastigvallen; op visite gaan; samenkomen; teisteren; treffen; verzamelen; voorbijkomen
- bezoeken

Synonyms for "opzoeken":

Related Definitions for "opzoeken":

  1. bij hem op visite gaan2
    • wanneer kom je me eens opzoeken?2
  2. proberen het te vinden2
    • zoek dat woord op in een woordenboek2

Wiktionary Translations for opzoeken:

  1. to obtain information about something from a text source
  2. to go and meet (someone)

Cross Translation:
opzoeken look for; seek; search; search for; be after; go after chercher — Se donner du mouvement, du soin, de la peine pour découvrir quelqu’un ou quelque chose (Sens général)
opzoeken tease; rail; ridicule; joke raillerplaisanter quelqu’un ou quelque chose, lui parler ou en parler avec moquerie.
opzoeken visit; attend; call on; see visiter — désuet|fr aller voir quelqu’un chez lui sans séjourner.

Related Translations for opzoeken