Dutch
Detailed Translations for redden from Dutch to English
redden:
-
redden
Conjugations for redden:
o.t.t.
- red
- redt
- redt
- redden
- redden
- redden
o.v.t.
- redde
- redde
- redde
- redden
- redden
- redden
v.t.t.
- heb gered
- hebt gered
- heeft gered
- hebben gered
- hebben gered
- hebben gered
v.v.t.
- had gered
- had gered
- had gered
- hadden gered
- hadden gered
- hadden gered
o.t.t.t.
- zal redden
- zult redden
- zal redden
- zullen redden
- zullen redden
- zullen redden
o.v.t.t.
- zou redden
- zou redden
- zou redden
- zouden redden
- zouden redden
- zouden redden
en verder
- ben gered
- bent gered
- is gered
- zijn gered
- zijn gered
- zijn gered
diversen
- red!
- redt!
- gered
- reddend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Translation Matrix for redden:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| rescue | bevrijding; ontzet; ontzetting; redding; verlossing; vrijmaking; zaligheid | |
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| rescue | redden | bevrijden van belegeraars; ontzetten; verlossen |
| save | redden | behoeden; beschermen; bescherming bieden; beschutten; besparen; bewaren; bezuinigen; bijeenzamelen; conserveren; geld besparen; in acht nemen; instandhouden; korten; matigen; minder gebruiken; ontzien; op bankrekening zetten; opeenhopen; oppotten; opslaan; opzij leggen; sparen; vergaren; verschonen; verzamelen; wegzetten |
| Modifier | Related Translations | Other Translations |
| save | behalve; behoudens; buiten; met uitsluiting van; uitgezonderd |