Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. restjes:


Dutch

Detailed Translations for restjes from Dutch to English

restjes:

restjes [znw.] noun

  1. restjes (sprankjes)
    the sparkle; the flickers; the rays; the small traces

Translation Matrix for restjes:

NounRelated TranslationsOther Translations
flickers restjes; sprankjes
rays restjes; sprankjes stralen
small traces restjes; sprankjes zweempjes
sparkle restjes; sprankjes flakker; flakkering; flikkering; flonkering; fonkelen; fonkeling; geflikker; gefonkel; glinstering; glitter; schijn; schittering; sprankelen; vonk
VerbRelated TranslationsOther Translations
sparkle flikkeren; flonkeren; fonkelen; glanzen; glimmen; glinsteren; kralen; mousseren; opbruisen; parelen; schijnen; schitteren; sprankelen; stralen; tintelen; twinkelen; vonken; vonken schieten