Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for streek from Dutch to English

streek:

streek [de ~] noun

  1. de streek (regio)
    the region; the area; the domain; the territory; the province; the zone; the county; the sphere; the district; the department; the dominion
  2. de streek (landstreek; gebied; plaats; )
    the area; the place; the region; the district; the county; the department; the part of the country; the province
  3. de streek (poets)
    the prank; the trick
  4. de streek (oord; hoek)
    the place; the region; the district
  5. de streek (loer)
    the trick
  6. de streek (zone; gebied; terrein; gordel; territorium)
    the area; the domain; the territory; the sphere; the zone; the department; the dominion; the district; the region

Related Words for "streek":

  • streken

streek form of strijken:

strijken verb (strijk, strijkt, streek, streken, gestreken)

  1. strijken (gladstrijken)
    to iron
    • iron verb (irons, ironed, ironing)

Conjugations for strijken:

o.t.t.
  1. strijk
  2. strijkt
  3. strijkt
  4. strijken
  5. strijken
  6. strijken
o.v.t.
  1. streek
  2. streek
  3. streek
  4. streken
  5. streken
  6. streken
v.t.t.
  1. heb gestreken
  2. hebt gestreken
  3. heeft gestreken
  4. hebben gestreken
  5. hebben gestreken
  6. hebben gestreken
v.v.t.
  1. had gestreken
  2. had gestreken
  3. had gestreken
  4. hadden gestreken
  5. hadden gestreken
  6. hadden gestreken
o.t.t.t.
  1. zal strijken
  2. zult strijken
  3. zal strijken
  4. zullen strijken
  5. zullen strijken
  6. zullen strijken
o.v.t.t.
  1. zou strijken
  2. zou strijken
  3. zou strijken
  4. zouden strijken
  5. zouden strijken
  6. zouden strijken
en verder
  1. ben gestreken
  2. bent gestreken
  3. is gestreken
  4. zijn gestreken
  5. zijn gestreken
  6. zijn gestreken
diversen
  1. strijk!
  2. strijkt!
  3. gestreken
  4. strijkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Related Definitions for "strijken":

  1. er zachtjes overheen gaan1
    • ik streek met mijn hand langs zijn wang1
  2. glad maken met een heet ijzer1
    • dit overhemd moet gestreken worden1
  3. laten zakken1
    • vanwege de harde wind moesten we de zeilen strijken1

External Machine Translations:
Images:

Related Translations for streek



Remove Ads

Remove Ads