Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. vernemen:

Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for vernemen from Dutch to English

vernemen:

vernemen verb (verneem, verneemt, vernam, vernamen, vernomen)

  1. vernemen (te horen krijgen; horen)
    to learn
    – get to know or become aware of, usually accidentally 1
    • learn verb (learns, learnt, learning)
      • I learned that she has two grown-up children1

Conjugations for vernemen:

o.t.t.
  1. verneem
  2. verneemt
  3. verneemt
  4. vernemen
  5. vernemen
  6. vernemen
o.v.t.
  1. vernam
  2. vernam
  3. vernam
  4. vernamen
  5. vernamen
  6. vernamen
v.t.t.
  1. heb vernomen
  2. hebt vernomen
  3. heeft vernomen
  4. hebben vernomen
  5. hebben vernomen
  6. hebben vernomen
v.v.t.
  1. had vernomen
  2. had vernomen
  3. had vernomen
  4. hadden vernomen
  5. hadden vernomen
  6. hadden vernomen
o.t.t.t.
  1. zal vernemen
  2. zult vernemen
  3. zal vernemen
  4. zullen vernemen
  5. zullen vernemen
  6. zullen vernemen
o.v.t.t.
  1. zou vernemen
  2. zou vernemen
  3. zou vernemen
  4. zouden vernemen
  5. zouden vernemen
  6. zouden vernemen
diversen
  1. verneem!
  2. verneemt!
  3. vernomen
  4. vernemend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vernemen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
learn horen; te horen krijgen; vernemen aanleren; aantreffen; aanwennen; bijbrengen; blokken; eigen maken; eigenmaken; gewend raken; iets leren; inlichten; instuderen; kennis opdoen; leerstof erin stampen; leren; meekrijgen; meepikken; onderrichten; onderwijzen; ontdekken; oppikken; opsteken; studeren; tegenkomen; verwerven; vinden; voorlichten; vossen
- horen

Synonyms for "vernemen":


Related Definitions for "vernemen":

  1. het met je oren waarnemen2
    • ik heb vernomen dat je bent ontslagen2



Remove Ads




Remove Ads