| Noun | Related Translations | Other Translations |
|
fabrication
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
fabricage; fantasie; productie; verbeelding
|
|
form
|
|
conditie; formulier; invulformulier; schoolbank; vorm; vormsel
|
|
make
|
|
maak; makelij; merk
|
|
making
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
aanmaak; constructie; creëren; fabricage; maken; productie; scheppen; vervaardiging
|
|
manufacture
|
|
constructie; fabricage; fabricatie; fabrikaat; maak; maaksel; makelij; maken; merk; product; productie; vervaardiging
|
|
manufacturing
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
|
|
massage
|
|
massage
|
|
model
|
|
fotomodel; gietvorm; mal; mannequin; maquette; matrijs; model; modelvorm; monster; proefje; proeve; prototype; sjablone; sjabloon; specimen; staal; staaltje; vorm
|
|
mould
|
|
compost; gietvorm; mal; matrijs; meeldauw; modelvorm; molm; pootaarde; teelaarde; vorm
|
|
preparation
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
aanmaken; bereiden; bereiding; klaarmaken; preparaat; toebereiding; voorbereiding
|
|
produce
|
|
artikelen; koopwaar; voorwerpen; waar
|
|
producing
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
|
|
production
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
aanfok; aankweek; aankweken; aanmaak; aanplant; cultuur; drama; fabricage; fabricatie; fok; fokkerij; kweken; maken; productie; reproductie; schouwspel; stuk; teelt; toneelstuk; verbouw; vervaardiging; voortbrenging; voortplanting
|
|
repairing
|
aanmaken; fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; vervaardiging
|
|
|
shape
|
|
conditie; figuur; gedaante; gestalte; gietvorm; in vorm zijn; lichaamslijn; lichaamspostuur; mal; matrijs; modelvorm; postuur; shape; silhouet; verschijning; vorm
|
| Verb | Related Translations | Other Translations |
|
construct
|
fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; voortbrengen
|
aanbrengen; aanleggen; bouwen; in het leven roepen; installeren; maken; monteren en aansluiten; opbouwen; plaatsen; scheppen
|
|
fabricate
|
fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; voortbrengen
|
bouwrijp maken; voorjokken; voorliegen
|
|
form
|
kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
|
boetseren; formeren; modelleren; vorm geven; vormen; vormgeven
|
|
knead
|
kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
|
|
|
make
|
fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; voortbrengen
|
afwisselen; herzien; in het leven roepen; maken; scheppen; veranderen; verwisselen; wijzigen
|
|
manufacture
|
fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; voortbrengen
|
in het leven roepen; maken; scheppen
|
|
massage
|
kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
|
inmasseren; masseren
|
|
model
|
kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
|
boetseren; fatsoeneren; modelleren; vorm geven; vormen; vormgeven
|
|
mould
|
kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
|
beschimmelen; boetseren; modelleren; schimmelen; vorm geven; vormen; vormgeven
|
|
produce
|
fabriceren; maken; produceren; vervaardigen; voortbrengen
|
laten zien; losmaken; opbrengen; opleveren; tevoorschijnhalen; tevoorschijntoveren; teweegbrengen; tot stand brengen; verwekken; voor elkaar krijgen; voordedaghalen
|
|
shape
|
kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vormen
|
boetseren; fatsoeneren; modelleren; vorm geven; vormen; vormgeven
|
| Adjective | Related Translations | Other Translations |
|
model
|
|
modelmatig; voorbeeldig
|
| Modifier | Related Translations | Other Translations |
|
producing
|
|
fabricerend; producerend
|