Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. korset:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for korset from Dutch to Spanish

korset:

korset [het ~] noun

  1. het korset (keurslijf)
    el corpiño; el corsé; el cuerpo; la cotilla; el body

Translation Matrix for korset:

NounRelated TranslationsOther Translations
body keurslijf; korset lijfje
corpiño keurslijf; korset lijfje
corsé keurslijf; korset
cotilla keurslijf; korset lasteraarster
cuerpo keurslijf; korset afdeling; anatomie; bedrijf; concern; corps; departement; detachement; divisie; kadaver; korps; lichaam; lijf; lijfje; lijk; menselijk lichaam; onderneming; sectie; tak
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
cuerpo hoofdtekst
ModifierRelated TranslationsOther Translations
cotilla babbelachtig; babbelziek; flapuit; indiscreet; kletserig; kletsgraag; loslippig; mededeelzaam; praatgraag; praatziek; spraakzaam

Related Words for "korset":

  • korsetten

Wiktionary Translations for korset:

korset
noun
  1. kleding|nld een verstevigd raamwerk dat strak om het lichaam gebonden wordt om de taille en/of de boezem te accentueren of soms ook om medische redenen gebruikt wordt om het lichaam steun te verlenen

Cross Translation:
FromToVia
korset corsé corset — woman's garment