Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. nationaal:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for nationaal from Dutch to Spanish

nationaal:

nationaal adj

  1. nationaal (vaderlands)
  2. nationaal

Translation Matrix for nationaal:

NounRelated TranslationsOther Translations
nativo autochtoon; inboorling; ingeborene; inlander; naturel; oerbewoner; oorpronkelijke bewoner
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
nacional nationaal; vaderlands aanmatigend; autochtoon; binnenlands; binnenlandse; dorps; inheems; inlands; landelijk; nationale; onbeschaamd; onbeschoft; ongegeneerd; respectloos; rustiek
nativo nationaal; vaderlands autochtoon; binnenlands; inheems; inheemse; inlands; inlandse; systeemeigen

Related Words for "nationaal":


Related Definitions for "nationaal":

  1. van alle inwoners van een bepaald land1
    • koninginnedag is een nationale feestdag1

Wiktionary Translations for nationaal:

nationaal
adjective
  1. op een natie betrekking hebbend

Cross Translation:
FromToVia
nationaal nacional national — of or having to do with a nation
nationaal nacional national — eine Nation betreffend; (flächendeckend) innerhalb einer Nation, nicht über Grenzen hinaus

Related Translations for nationaal