Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. ronding:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for ronding from Dutch to Spanish

ronding:

ronding [de ~ (v)] noun

  1. de ronding (kromming; bocht; draai; kronkel)
    la curva; la vuelta; el cimbreo; el arco; la revuelta; la curvatura
  2. de ronding (bolling)
    la curva

Translation Matrix for ronding:

NounRelated TranslationsOther Translations
arco bocht; draai; kromming; kronkel; ronding bocht; boog; draai; handboog; kromme; kromming; kromte; strijkboog; uitbouw; welving
cimbreo bocht; draai; kromming; kronkel; ronding
curva bocht; bolling; draai; kromming; kronkel; ronding bocht; bochten; boog; buiging; draai; draaiing; handboog; kromme; kromming; kromte; kurven; richtingsverandering; uitbouw; welving; wending; zwenking
curvatura bocht; draai; kromming; kronkel; ronding boog; buiging; draaiing; kromheid; kromme; kromming
revuelta bocht; draai; kromming; kronkel; ronding buiging; draaiing; kromming; oproer; opstand; opstootje; rebellie; rel; tegenstand; verzet; volksoproer; volksopstand; vuistgevecht; weerstand
vuelta bocht; draai; kromming; kronkel; ronding achterkant; achterstel; achterzijde; cirkel; dagtocht; draai; draaicirkel; excursie; inversie; keer; keerpunt; keerzijde; kering; kleingeld; kring; leuning; omdraaiing; omkering; omkering van de woordvolgorde; ommedraai; ommekeer; omwenteling; onaangename zijde; rentree; revolutie; rondje; rondtocht; rondwandeling; rug; rugleuning; rugstuk; rugzijde; terugkomst; terugrit; terugtocht; terugweg; thuiskomst; toer; totale verandering; uitstapje; wending; wisselgeld; zwenking

Related Words for "ronding":

  • rondingen

Wiktionary Translations for ronding:


Cross Translation:
FromToVia
ronding flujo flow — smoothness or continuity