Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. staander:


Dutch

Detailed Translations for staander from Dutch to Spanish

staander:

staander [de ~ (m)] noun

  1. de staander (onderstel; voet; poot)
    el bastidor; el armazón

Translation Matrix for staander:

NounRelated TranslationsOther Translations
armazón onderstel; poot; staander; voet chassis; frame; geraamte; geschutbedding; geschutstand; geschutstelling; onderstel; raamwerk; romp; skelet
bastidor onderstel; poot; staander; voet chassis; frame; geraamte; kozijn; onderstel; raamwerk; skelet; spanraam; vensterkozijn

Related Words for "staander":

  • staanders, staandertje, staandertjes