Dutch
Detailed Translations for verzorgen from Dutch to Spanish
verzorgen:
-
verzorgen (zorgen voor iets; zorgen voor)
-
verzorgen (behandelen)
tratar; elaborar; labrar; atender a; asistir de-
tratar verb
-
elaborar verb
-
labrar verb
-
atender a verb
-
asistir de verb
-
-
verzorgen (verplegen)
-
verzorgen (zorgen voor iemand)
Conjugations for verzorgen:
o.t.t.
- verzorg
- verzorgt
- verzorgt
- verzorgen
- verzorgen
- verzorgen
o.v.t.
- verzorgde
- verzorgde
- verzorgde
- verzorgden
- verzorgden
- verzorgden
v.t.t.
- heb verzorgd
- hebt verzorgd
- heeft verzorgd
- hebben verzorgd
- hebben verzorgd
- hebben verzorgd
v.v.t.
- had verzorgd
- had verzorgd
- had verzorgd
- hadden verzorgd
- hadden verzorgd
- hadden verzorgd
o.t.t.t.
- zal verzorgen
- zult verzorgen
- zal verzorgen
- zullen verzorgen
- zullen verzorgen
- zullen verzorgen
o.v.t.t.
- zou verzorgen
- zou verzorgen
- zou verzorgen
- zouden verzorgen
- zouden verzorgen
- zouden verzorgen
diversen
- verzorg!
- verzorgt!
- verzorgd
- verzorgend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Antonyms for "verzorgen":
Related Definitions for "verzorgen":
External Machine Translations:
Images: