Dutch
Detailed Translations for weglaten from Dutch to Spanish
weglaten:
-
weglaten
Conjugations for weglaten:
o.t.t.
- laat weg
- laat weg
- laat weg
- laten weg
- laten weg
- laten weg
o.v.t.
- liet weg
- liet weg
- liet weg
- lieten weg
- lieten weg
- lieten weg
v.t.t.
- heb weggelaten
- hebt weggelaten
- heeft weggelaten
- hebben weggelaten
- hebben weggelaten
- hebben weggelaten
v.v.t.
- had weggelaten
- had weggelaten
- had weggelaten
- hadden weggelaten
- hadden weggelaten
- hadden weggelaten
o.t.t.t.
- zal weglaten
- zult weglaten
- zal weglaten
- zullen weglaten
- zullen weglaten
- zullen weglaten
o.v.t.t.
- zou weglaten
- zou weglaten
- zou weglaten
- zouden weglaten
- zouden weglaten
- zouden weglaten
diversen
- laat weg!
- laat weg!
- weggelaten
- weglatend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Translation Matrix for weglaten:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| saltarse | vervellen | |
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| omititr | weglaten | |
| pasar por alto | weglaten | achterhouden; iets mislopen; mislopen; missen; over het hoofd zien; overheen springen; overslaan; overspringen; verhelen; verzwijgen; voorbijzien |
| saltarse | weglaten | aanspringen |