Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. zepen:
  2. zeep:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for zepen from Dutch to Spanish

zepen:

zepen verb (zeep, zeept, zeepte, zeepten, gezeept)

  1. zepen (inzepen)

Conjugations for zepen:

o.t.t.
  1. zeep
  2. zeept
  3. zeept
  4. zepen
  5. zepen
  6. zepen
o.v.t.
  1. zeepte
  2. zeepte
  3. zeepte
  4. zeepten
  5. zeepten
  6. zeepten
v.t.t.
  1. heb gezeept
  2. hebt gezeept
  3. heeft gezeept
  4. hebben gezeept
  5. hebben gezeept
  6. hebben gezeept
v.v.t.
  1. had gezeept
  2. had gezeept
  3. had gezeept
  4. hadden gezeept
  5. hadden gezeept
  6. hadden gezeept
o.t.t.t.
  1. zal zepen
  2. zult zepen
  3. zal zepen
  4. zullen zepen
  5. zullen zepen
  6. zullen zepen
o.v.t.t.
  1. zou zepen
  2. zou zepen
  3. zou zepen
  4. zouden zepen
  5. zouden zepen
  6. zouden zepen
diversen
  1. zeep!
  2. zeept!
  3. gezeept
  4. zepend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for zepen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
enjabonar inzepen; zepen

Related Words for "zepen":


zepen form of zeep:

zeep [de ~] noun

  1. de zeep
    el jabón

Translation Matrix for zeep:

NounRelated TranslationsOther Translations
jabón zeep basiszeep; huishoudzeep

Related Words for "zeep":


Related Definitions for "zeep":

  1. middel om schoon te maken of mee te wassen1
    • hij wast zich met water en zeep1

Wiktionary Translations for zeep:

zeep
noun
  1. substantie met een ontvettende werking

Cross Translation:
FromToVia
zeep jabón Seife — ein wasserlösliches Reinigungsmittel für Körperhygiene
zeep jabón soap — substance
zeep jabón savon — cosmétologie|fr produit basique obtenu par la combinaison d’un acide gras avec un alcali et qui servir à blanchir le linge, à nettoyer, à dégraisser.