Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. compliceren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for compliceren from Dutch to French

compliceren:

compliceren verb (compliceer, compliceert, compliceerde, compliceerden, gecompliceerd)

  1. compliceren (ingewikkeld maken; moeilijk maken)
    rendre difficile; compliquer
    • compliquer verb (complique, compliques, compliquons, compliquez, )

Conjugations for compliceren:

o.t.t.
  1. compliceer
  2. compliceert
  3. compliceert
  4. compliceren
  5. compliceren
  6. compliceren
o.v.t.
  1. compliceerde
  2. compliceerde
  3. compliceerde
  4. compliceerden
  5. compliceerden
  6. compliceerden
v.t.t.
  1. heb gecompliceerd
  2. hebt gecompliceerd
  3. heeft gecompliceerd
  4. hebben gecompliceerd
  5. hebben gecompliceerd
  6. hebben gecompliceerd
v.v.t.
  1. had gecompliceerd
  2. had gecompliceerd
  3. had gecompliceerd
  4. hadden gecompliceerd
  5. hadden gecompliceerd
  6. hadden gecompliceerd
o.t.t.t.
  1. zal compliceren
  2. zult compliceren
  3. zal compliceren
  4. zullen compliceren
  5. zullen compliceren
  6. zullen compliceren
o.v.t.t.
  1. zou compliceren
  2. zou compliceren
  3. zou compliceren
  4. zouden compliceren
  5. zouden compliceren
  6. zouden compliceren
en verder
  1. ben gecompliceerd
  2. bent gecompliceerd
  3. is gecompliceerd
  4. zijn gecompliceerd
  5. zijn gecompliceerd
  6. zijn gecompliceerd
diversen
  1. compliceer!
  2. compliceert!
  3. gecompliceerd
  4. complicerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for compliceren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
compliquer compliceren; ingewikkeld maken; moeilijk maken bemoeilijken; hinderen; lastig maken; moeilijk maken; moeilijker maken; tegenwerken; verwikkelen; zwaarder maken
rendre difficile compliceren; ingewikkeld maken; moeilijk maken bemoeilijken; hinderen; lastig maken; moeilijk maken; moeilijker maken; tegenwerken; verzwaren; zwaarder maken
OtherRelated TranslationsOther Translations
compliquer erbij betrekken; verwikkelen

Wiktionary Translations for compliceren:

compliceren
verb
  1. (nodeloos) ingewikkeld maken
compliceren
Cross Translation:
FromToVia
compliceren compliquer complicate — to combine intricately