Dutch

Detailed Translations for gamma from Dutch to French

gamma:

gamma [de ~] noun

  1. de gamma (spectrum; scala)
    la gamme; le spectre; la série; l'éventail
  2. de gamma (toonschaal; toonladder; ladder; octaaf)
    l'échelle; l'échelle des sons; la gamme; l'octave
  3. de gamma (kleurenspectrum; kleurenschaal)
    la gamme; l'éventail de couleurs; le spectre solaire

Translation Matrix for gamma:

NounRelated TranslationsOther Translations
gamme gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum; ladder; octaaf; scala; spectrum; toonladder; toonschaal cyclus; ladder; prijsklasse; reeks; route; serie; tijdkring; toonladder; toonschaal
octave gamma; ladder; octaaf; toonladder; toonschaal ladder; toonladder; toonschaal
spectre gamma; scala; spectrum geest; geestverschijning; schim; schrikbeeld; spook; spookgestalte; spookverschijning; verschijning
spectre solaire gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum
série gamma; scala; spectrum aaneenschakeling; cyclus; keten; opeenvolging; reeks; rij; serie; tijdkring
échelle gamma; ladder; octaaf; toonladder; toonschaal hiërarchie; klimladder; ladder; leer; rang; rangorde; schaalaanwijzing; schaalverdeling; toonladder; toonschaal; trap; trapje; trapladder; trapleer; volgorde
échelle des sons gamma; ladder; octaaf; toonladder; toonschaal ladder; toonladder; toonschaal
éventail gamma; scala; spectrum assortiment; collectie; keur; keuze; sortering; staalkaart; waaier
éventail de couleurs gamma; kleurenschaal; kleurenspectrum

Wiktionary Translations for gamma:


Cross Translation:
FromToVia
gamma gamme gamma — the name of the third letter of the Greek alphabet
gamma gamme; palette gamut — complete range
gamma ligne line — products or services sold by a business, or the business itself