Dutch
Detailed Translations for krijgen from Dutch to French
krijgen:
-
krijgen (in ontvangst nemen; ontvangen; opstrijken)
recevoir; prendre livraison de-
recevoir verb (reçois, reçoit, recevons, recevez, reçoivent, recevais, recevait, recevions, receviez, recevaient, reçus, reçut, reçûmes, reçûtes, reçurent, recevrai, recevras, recevra, recevrons, recevrez, recevront)
-
prendre livraison de verb
-
Conjugations for krijgen:
o.t.t.
- krijg
- krijgt
- krijgt
- krijgen
- krijgen
- krijgen
o.v.t.
- kreeg
- kreeg
- kreeg
- kregen
- kregen
- kregen
v.t.t.
- heb gekregen
- hebt gekregen
- heeft gekregen
- hebben gekregen
- hebben gekregen
- hebben gekregen
v.v.t.
- had gekregen
- had gekregen
- had gekregen
- hadden gekregen
- hadden gekregen
- hadden gekregen
o.t.t.t.
- zal krijgen
- zult krijgen
- zal krijgen
- zullen krijgen
- zullen krijgen
- zullen krijgen
o.v.t.t.
- zou krijgen
- zou krijgen
- zou krijgen
- zouden krijgen
- zouden krijgen
- zouden krijgen
diversen
- krijg!
- krijgt!
- gekregen
- krijgend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Translation Matrix for krijgen:
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| prendre livraison de | in ontvangst nemen; krijgen; ontvangen; opstrijken | |
| recevoir | in ontvangst nemen; krijgen; ontvangen; opstrijken | aannemen; aanvaarden; accepteren; binnenhalen; eigen maken; iets bemachtigen; in ontvangst nemen; kopen; onthalen; ontvangen; te pakken krijgen; vergasten; verkrijgen; verwerven |
| - | ontvangen; verkrijgen |