Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. lijntrekken:


Dutch

Detailed Translations for lijntrekken from Dutch to French

lijntrekken:

lijntrekken verb (trek lijn, trekt lijn, trok lijn, trokken lijn, lijngetrokken)

  1. lijntrekken
    détendre; relâcher; distraire
    • détendre verb (détends, détend, détendons, détendez, )
    • relâcher verb (relâche, relâches, relâchons, relâchez, )
    • distraire verb (distrais, distrait, distrayons, distrayez, )

Conjugations for lijntrekken:

o.t.t.
  1. trek lijn
  2. trekt lijn
  3. trekt lijn
  4. trekken lijn
  5. trekken lijn
  6. trekken lijn
o.v.t.
  1. trok lijn
  2. trok lijn
  3. trok lijn
  4. trokken lijn
  5. trokken lijn
  6. trokken lijn
v.t.t.
  1. heb lijngetrokken
  2. hebt lijngetrokken
  3. heeft lijngetrokken
  4. hebben lijngetrokken
  5. hebben lijngetrokken
  6. hebben lijngetrokken
v.v.t.
  1. had lijngetrokken
  2. had lijngetrokken
  3. had lijngetrokken
  4. hadden lijngetrokken
  5. hadden lijngetrokken
  6. hadden lijngetrokken
o.t.t.t.
  1. zal lijntrekken
  2. zult lijntrekken
  3. zal lijntrekken
  4. zullen lijntrekken
  5. zullen lijntrekken
  6. zullen lijntrekken
o.v.t.t.
  1. zou lijntrekken
  2. zou lijntrekken
  3. zou lijntrekken
  4. zouden lijntrekken
  5. zouden lijntrekken
  6. zouden lijntrekken
diversen
  1. trek lijn!
  2. trekt lijn!
  3. lijngetrokken
  4. lijntrekkend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for lijntrekken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
distraire lijntrekken bezig houden; iemand amuseren; vermaken
détendre lijntrekken kalm worden; ontspannen; relaxen; rustig worden
relâcher lijntrekken bevrijden; in vrijheid stellen; loslaten; losmaken; ontheffen; ontlasten; ontslaan van een verplichting; ontspannen; relaxen; van de boeien ontdoen; van last bevrijden; verlossen; vrijlaten; vrijstellen; zich vertreden