Summary
Dutch
Detailed Translations for velen from Dutch to French
velen:
-
velen (verdragen; dulden)
endurer; tolérer; supporter-
endurer verb (endure, endures, endurons, endurez, endurent, endurais, endurait, endurions, enduriez, enduraient, endurai, enduras, endura, endurâmes, endurâtes, endurèrent, endurerai, endureras, endurera, endurerons, endurerez, endureront)
-
tolérer verb (tolère, tolères, tolérons, tolérez, tolèrent, tolérais, tolérait, tolérions, tolériez, toléraient, tolérai, toléras, toléra, tolérâmes, tolérâtes, tolérèrent, tolérerai, toléreras, tolérera, tolérerons, tolérerez, toléreront)
-
supporter verb (supporte, supportes, supportons, supportez, supportent, supportais, supportait, supportions, supportiez, supportaient, supportai, supportas, supporta, supportâmes, supportâtes, supportèrent, supporterai, supporteras, supportera, supporterons, supporterez, supporteront)
-
Conjugations for velen:
o.t.t.
- veel
- veelt
- veelt
- velen
- velen
- velen
o.v.t.
- veelde
- veelde
- veelde
- veelden
- veelden
- veelden
v.t.t.
- heb geveeld
- hebt geveeld
- heeft geveeld
- hebben geveeld
- hebben geveeld
- hebben geveeld
v.v.t.
- had geveeld
- had geveeld
- had geveeld
- hadden geveeld
- hadden geveeld
- hadden geveeld
o.t.t.t.
- zal velen
- zult velen
- zal velen
- zullen velen
- zullen velen
- zullen velen
o.v.t.t.
- zou velen
- zou velen
- zou velen
- zouden velen
- zouden velen
- zouden velen
diversen
- veel!
- veelt!
- geveeld
- velend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Translation Matrix for velen:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| supporter | aanhanger; fan; supporter; voorstander | |
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| endurer | dulden; velen; verdragen | aanhouden; doorgaan; doorleven; doormaken; doorstaan; doorzetten; dragen; dulden; harden; lijden; standhouden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; verteren; volharden; volhouden; voortbestaan; voortduren |
| supporter | dulden; velen; verdragen | aanhouden; doorgaan; doorleven; doorstaan; doorzetten; dragen; dulden; gedogen; harden; lijden; standhouden; tolereren; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; verteren; volharden; volhouden; voortbestaan; voortduren |
| tolérer | dulden; velen; verdragen | autoriseren; doorleven; doorstaan; dulden; duren; gedogen; goedkeuren; goedvinden; gunnen; horen; inwilligen; laten; permitteren; te horen krijgen; toelaten; toestaan; toestemmen; tolereren; verdragen; verduren; vergunnen; vernemen; verteren |
Related Words for "velen":
velen form of vel:
Translation Matrix for vel:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| chair | huid; vel | vlees; vruchtvlees |
| cosse | peul; schil; vel | |
| feuille | blad; vel | blad; boomblad; dagboek; journaal; taartbestelling; vetvrij papier; werkblad |
| gousse | peul; schil; vel | peulvrucht |
| membrane | dun huidje; membraan; vel; velletje; vlies | |
| peau | dun huidje; huid; membraan; peul; schil; vel; velletje; vlies | hachje; omhulling; schaal; schelp |
| pelage | huid; vel | bont; pels; vacht |
| pelure | peul; schil; vel | |
| poil | huid; vel | bont; pels; stoppel; vacht |
| écorce | peul; schil; vel | bast; boomschors; korst; korstje; kurk; omhulling; roof; schaal; schelp; schors; stukje schors; wondkorst |