Dutch
Detailed Synonyms for bezwaar in Dutch
bezwaar:
-
het bezwaar
-
het bezwaar
-
het bezwaar
-
het bezwaar
– waardoor het niet ideaal is 1 -
het bezwaar
– argument ertégen 1
Translation Matrix for bezwaar:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| bedenking | bedenking; bezwaar | |
| bezwaar | bedenking; bezwaar; grief; het klagen; klacht; repliek; verdedigingsakte; verweer; verweerschrift | |
| grief | bezwaar; grief; het klagen; klacht | agonie; belediging; beproeving; bezoeking; ergernis; grief; krenking; kwelling; nood; temptatie; torment; verschrikking |
| het klagen | bezwaar; grief; het klagen; klacht | |
| klacht | bezwaar; grief; het klagen; klacht | klacht |
| repliek | bezwaar; repliek; verdedigingsakte; verweer; verweerschrift | antwoord; beantwoording; bescheid; reactie; repliek; retort; weerwoord |
| verdedigingsakte | bezwaar; repliek; verdedigingsakte; verweer; verweerschrift | |
| verweer | bezwaar; repliek; verdedigingsakte; verweer; verweerschrift | |
| verweerschrift | bezwaar; repliek; verdedigingsakte; verweer; verweerschrift |
Related Words for "bezwaar":
Alternate Synonyms for "bezwaar":
Antonyms for "bezwaar":
Related Definitions for "bezwaar":
bezwaren:
-
bezwaren
bezwaren; bezwaar maken; bezwaar aantekenen-
bezwaar aantekenen verb (teken bezwaar aan, tekent bezwaar aan, tekende bezwaar aan, tekenden bezwaar aan, bezwaar aangetekend)
-
bezwaren
Conjugations for bezwaren:
o.t.t.
- bezwaar
- bezwaart
- bezwaart
- bezwaren
- bezwaren
- bezwaren
o.v.t.
- bezwaarde
- bezwaarde
- bezwaarde
- bezwaarden
- bezwaarden
- bezwaarden
v.t.t.
- heb bezwaard
- hebt bezwaard
- heeft bezwaard
- hebben bezwaard
- hebben bezwaard
- hebben bezwaard
v.v.t.
- had bezwaard
- had bezwaard
- had bezwaard
- hadden bezwaard
- hadden bezwaard
- hadden bezwaard
o.t.t.t.
- zal bezwaren
- zult bezwaren
- zal bezwaren
- zullen bezwaren
- zullen bezwaren
- zullen bezwaren
o.v.t.t.
- zou bezwaren
- zou bezwaren
- zou bezwaren
- zouden bezwaren
- zouden bezwaren
- zouden bezwaren
diversen
- bezwaar!
- bezwaart!
- bezwaard
- bezwarend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze