| Noun | Related Translations | Other Translations |
|
burgerlijke staat
|
burgerlijke staat; echt; echtverbintenis; huwelijk
|
burgerlijke staat
|
|
echt
|
burgerlijke staat; echt; echtverbintenis; huwelijk
|
|
|
echtverbintenis
|
burgerlijke staat; echt; echtverbintenis; huwelijk
|
|
|
huwelijk
|
burgerlijke staat; echt; echtverbintenis; huwelijk
|
bruiloft; huwelijk; huwelijksinzegening; trouwplechtigheid
|
|
waar
|
|
artikelen; dingen; goederen; goedje; handel; handelswaar; klandizie; koophandel; koopwaar; nering; spullen; voorwerpen; waar; waren; zaakjes; zaken
|
| Adjective | Related Translations | Other Translations |
|
beslist
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
absoluut; beslist; besluitvaardig; doortastend; feitelijk; ferm; gedecideerd; geheid; gewis; heel zeker; heus; kordaat; krachtdadig; krachtig; ongetwijfeld; resoluut; reëel; ronduit; stellig; vast; vast en zeker; vastberaden; volkomen; volstrekt; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
echt
|
beslist; echt; eerlijk; effectief; geheid; gewis; heus; in hart en nieren; menens; metterdaad; natuurlijk; onvervalst; oprecht; rechtgeaard; reëel; ronduit; stellig; typisch; vast en zeker; voorzeker; waar; waarachtig; waarlijk; warempel; wel degelijk; welzeker; werkelijk; zeker; zuiver
|
|
|
eerlijk
|
echt; eerlijk; menens; oprecht; ronduit
|
braaf; eerlijk; fair; fideel; open; openhartig; oprecht; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; rondborstig; trouwhartig
|
|
effectief
|
echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
|
doelmatig; doeltreffend; effectief; efficiënt; krachtig
|
|
geheid
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
gewis
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
heus
|
beslist; echt; effectief; geheid; gewis; heus; metterdaad; natuurlijk; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waar; waarachtig; waarlijk; warempel; wel degelijk; welzeker; werkelijk; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
natuurlijk
|
echt; heus; natuurlijk; waar; werkelijk
|
'tuurlijk; aangeboren; allicht; bijgevolg; dus; eenvoudig; eigen; logisch; natuurlijk; ongedwongen; ongekunsteld; onontkomelijk; uiteraard; van nature aanwezig; vanzelf; vanzelfsprekend; zeker; zonder twijfel
|
|
onvervalst
|
echt; onvervalst
|
|
|
oprecht
|
echt; eerlijk; menens; oprecht; ronduit
|
eerlijk; fideel; onbewimpeld; ongeveinsd; onomwonden; onverholen; open; openhartig; oprecht; rechtschapen; rondborstig; ronduit; trouwhartig; vrij; vrijelijk; vrijuit
|
|
rechtgeaard
|
echt; in hart en nieren; rechtgeaard
|
braaf; eerlijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig
|
|
reëel
|
beslist; echt; effectief; geheid; gewis; heus; metterdaad; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waar; waarachtig; waarlijk; warempel; wel degelijk; welzeker; werkelijk; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
stellig
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
absoluut; beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; reëel; ronduit; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
typisch
|
echt; typisch
|
apart; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; dwaas; eigenaardig; excentriek; extravagant; gek; karakteristiek; kenmerkend; maf; mal; merkwaardig; ongewoon; raar; tekenend; typerend; typisch; vreemd; wonderlijk; zonderling
|
|
waar
|
echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
|
juist; kloppend; precies; uitgerekend; waar; waarachtig; werkelijk
|
|
waarachtig
|
beslist; echt; effectief; geheid; gewis; heus; metterdaad; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waar; waarachtig; waarlijk; warempel; wel degelijk; welzeker; werkelijk; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waar; waarachtig; waarlijk; welzeker; werkelijk; zeker
|
|
werkelijk
|
echt; effectief; heus; metterdaad; natuurlijk; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
|
daadwerkelijk; eigenlijk; feitelijk; in feite; in werkelijkheid; waar; waarachtig; werkelijk
|
|
zeker
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
'tuurlijk; absoluut; allicht; bepaald; beslist; bijgevolg; dus; feitelijk; geheid; gewis; heus; jazeker; logisch; natuurlijk; ongetwijfeld; onontkomelijk; onvoorwaardelijk; pertinent; reëel; ronduit; stellig; ten enenmale; uiteraard; vanzelfsprekend; vast; vast en zeker; vaststaand; volstrekt; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker; zonder twijfel
|
|
zuiver
|
echt; zuiver
|
feilloos; foutloos; gaaf; gekuist; gereinigd; hygienisch; kuis; louter; maagdelijk; netjes; onaangeraakt; onbevlekt; ongerept; onschuldig; onvermengd; proper; puur; rein; schoon; virginaal; zuiver
|
| Adverb | Related Translations | Other Translations |
|
metterdaad
|
echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
|
daadwerkelijk; metterdaad
|
|
ronduit
|
echt; eerlijk; menens; oprecht; ronduit
|
absoluut; beslist; gewoonweg; gladweg; klinkklaar; onbewimpeld; onomwonden; onverbloemd; onverholen; open; openhartig; openlijk; oprecht; puur; regelrecht; ronduit; ruiterlijk; stellig; vrij; vrijelijk; vrijuit; zeker
|
|
voorzeker
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
waarlijk
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; jazeker; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
warempel
|
echt; effectief; heus; metterdaad; reëel; waar; waarachtig; warempel; werkelijk
|
|
|
welzeker
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; reëel; stellig; vast; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
| Not Specified | Related Translations | Other Translations |
|
waar
|
echt; heus; natuurlijk; waar; werkelijk
|
waar
|
| Other | Related Translations | Other Translations |
|
waar
|
|
waar
|
| Modifier | Related Translations | Other Translations |
|
in hart en nieren
|
echt; in hart en nieren; rechtgeaard
|
|
|
menens
|
echt; eerlijk; menens; oprecht; ronduit
|
|
|
vast en zeker
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
absoluut; beslist; feitelijk; geheid; gewis; heus; ongetwijfeld; onvoorwaardelijk; onweerlegbaar; pertinent; reëel; stellig; ten enenmale; vast; vast en zeker; vaststaand; volstrekt; voorzeker; waarachtig; waarlijk; welzeker; zeker
|
|
wel degelijk
|
beslist; echt; geheid; gewis; heus; reëel; stellig; vast en zeker; voorzeker; waarachtig; waarlijk; wel degelijk; welzeker; zeker
|
terdege; wel degelijk
|