Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. naar boven brengen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for naar boven brengen from Dutch to Swedish

naar boven brengen:

naar boven brengen verb

  1. naar boven brengen (naar boven dragen; omhoogdragen; opwaarts dragen; naar boven tillen)
    bära upp
    • bära upp verb (bär upp, bar upp, burit upp)
  2. naar boven brengen (naar boven leiden; naar boven voeren)
    ta upp; dra upp
    • ta upp verb (tar upp, tog upp, tagit upp)
    • dra upp verb (drar upp, drog upp, dragit upp)

Translation Matrix for naar boven brengen:

NounRelated TranslationsOther Translations
dra upp op komen zetten
VerbRelated TranslationsOther Translations
bära upp naar boven brengen; naar boven dragen; naar boven tillen; omhoogdragen; opwaarts dragen naarbovendragen
dra upp naar boven brengen; naar boven leiden; naar boven voeren hijsen; hoger draaien; lichten; met een takel ophijsen; naar boven trekken; omhoog rukken; omhoog trekken; omhoogdraaien; omhooghalen; omhoogrennen; omhoogrukken; omhoogsnellen; omhoogtrekken; opdraaien; openbreken; openleggen; ophijsen; takelen
ta upp naar boven brengen; naar boven leiden; naar boven voeren aankaarten; aanknopen; aanpakken; aansnijden; entameren; gesprek aanknopen; onderhanden nemen; openen; opwerpen; starten; te berde brengen; ter sprake brengen; voorleiden

Wiktionary Translations for naar boven brengen:


Cross Translation:
FromToVia
naar boven brengen föda upp; fostra großziehen — (ein Kind oder ein junges Tier) umsorgen und ernähren, bis es selbständig und erwachsen ist

Related Translations for naar boven brengen