Dutch
Detailed Translations for heet from Dutch to Swedish
heet:
-
heet (seksueel opgewonden; geil; opgewonden; hitsig)
-
heet
– erg warm 1 -
heet (smaak prikkelend; pikant; pittig)
-
heet (scherp van smaak; scherp; pikant)
-
heet (gekruid; pittig; pikant; hartig; gepeperd)
Translation Matrix for heet:
Related Words for "heet":
Antonyms for "heet":
Related Definitions for "heet":
heet form of heten:
Conjugations for heten:
o.t.t.
- heet
- heet
- heet
- heten
- heten
- heten
o.v.t.
- heette
- heette
- heette
- heetten
- heetten
- heetten
v.t.t.
- heb geheten
- hebt geheten
- heeft geheten
- hebben geheten
- hebben geheten
- hebben geheten
v.v.t.
- had geheten
- had geheten
- had geheten
- hadden geheten
- hadden geheten
- hadden geheten
o.t.t.t.
- zal heten
- zult heten
- zal heten
- zullen heten
- zullen heten
- zullen heten
o.v.t.t.
- zou heten
- zou heten
- zou heten
- zouden heten
- zouden heten
- zouden heten
diversen
- heet!
- heet!
- geheten
- hetend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Translation Matrix for heten:
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| godkännas som | doorgaan voor; heten; moeten doorgaan voor |