Summary
Dutch to Swedish: more detail...
- wijzen:
-
wijs:
- universitetsutbildat; lärt; akademisk; beläst; akademiskt; förståndig; klokt; begåvad; kvick; talangfull; fyndigt; kvickt; talangfullt; begåvat; bildad; smart; otroligt; fantastisk; fantastiskt; genialt; genial
- sätt; metod; låt; melodi; visa; sång
Dutch
Detailed Translations for wijzen from Dutch to Swedish
wijzen:
-
wijzen (attenderen)
indikera; peka ut; visa ut; dra uppmärksamhet till-
dra uppmärksamhet till verb (drar uppmärksamhet till, drog uppmärksamhet till, dragit uppmärksamhet till)
-
wijzen (iets aanwijzen; aanduiden; indiceren; aangeven)
Conjugations for wijzen:
o.t.t.
- wijs
- wijst
- wijst
- wijzen
- wijzen
- wijzen
o.v.t.
- wees
- wees
- wees
- wezen
- wezen
- wezen
v.t.t.
- heb gewezen
- hebt gewezen
- heeft gewezen
- hebben gewezen
- hebben gewezen
- hebben gewezen
v.v.t.
- had gewezen
- had gewezen
- had gewezen
- hadden gewezen
- hadden gewezen
- hadden gewezen
o.t.t.t.
- zal wijzen
- zult wijzen
- zal wijzen
- zullen wijzen
- zullen wijzen
- zullen wijzen
o.v.t.t.
- zou wijzen
- zou wijzen
- zou wijzen
- zouden wijzen
- zouden wijzen
- zouden wijzen
diversen
- wijs!
- wijst!
- gewezen
- wijzend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
Translation Matrix for wijzen:
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| dra uppmärksamhet till | attenderen; wijzen | |
| indikera | attenderen; wijzen | duiden op; wijzen naar; wijzen op |
| noggrant ange | aanduiden; aangeven; iets aanwijzen; indiceren; wijzen | |
| peka ut | attenderen; wijzen | slecht voorstellen; verketteren |
| precisera | aanduiden; aangeven; iets aanwijzen; indiceren; wijzen | detailleren |
| sätta fingret på | aanduiden; aangeven; iets aanwijzen; indiceren; wijzen | |
| visa ut | attenderen; wijzen |
Related Words for "wijzen":
Related Definitions for "wijzen":
wijzen form of wijs:
-
wijs (gestudeerd; erudiet; ontwikkeld; zeer ontwikkeld; hooggeleerd; geletterd; zeer geleerd; belezen)
universitetsutbildat; lärt; akademisk; beläst; akademiskt-
lärt adj
-
akademisk adj
-
beläst adj
-
akademiskt adj
-
wijs (verstandig; wijselijk; bedachtzaam; raadzaam; weldenkend; zinnig; correct; doordacht; pienter; nadenkend)
förståndig; klokt; begåvad; kvick; talangfull; fyndigt; kvickt; talangfullt; begåvat-
förståndig adj
-
klokt adj
-
begåvad adj
-
kvick adj
-
talangfull adj
-
fyndigt adj
-
kvickt adj
-
talangfullt adj
-
begåvat adj
-
-
wijs (geleerd; intelligent; slim)
-
wijs (te gek; fantastisch; gaaf; fabelachtig; waanzinnig; krankzinnig; reuze)
otroligt; fantastisk; fantastiskt; genialt; genial-
otroligt adj
-
fantastisk adj
-
fantastiskt adj
-
genialt adj
-
genial adj
-