Dutch
Detailed Translations for zijn from Dutch to Swedish
zijn:
-
zijn (zich bevinden; uithangen)
-
zijn (bestaan; leven; existeren)
Conjugations for zijn:
o.t.t.
- ben
- bent
- is
- zijn
- zijn
- zijn
o.v.t.
- was
- was
- was
- waren
- waren
- waren
v.t.t.
- ben geweest
- bent geweest
- is geweest
- zijn geweest
- zijn geweest
- zijn geweest
v.v.t.
- was geweest
- was geweest
- was geweest
- waren geweest
- waren geweest
- waren geweest
o.t.t.t.
- zal zijn
- zult zijn
- zal zijn
- zullen zijn
- zullen zijn
- zullen zijn
o.v.t.t.
- zou zijn
- zou zijn
- zou zijn
- zouden zijn
- zouden zijn
- zouden zijn
diversen
- wees!
- zijt!
- geweest
- zijnd
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze
-
zijn (existentie; leven; bestaan)
Translation Matrix for zijn:
| Noun | Related Translations | Other Translations |
| bo | nest | |
| existens | bestaan; existentie; leven; zijn | |
| liv | bestaan; existentie; leven; zijn | bestendigheid; drukte; duurzaamheid; gedrang; geharrewar; levens; leventje; stampei; tamtam; toeloop; toevloed |
| livsväg | bestaan; existentie; leven; zijn | |
| varande | bestaan; existentie; leven; zijn | |
| Verb | Related Translations | Other Translations |
| befinna sig | uithangen; zich bevinden; zijn | ergens zijn; zich ophouden |
| bo | uithangen; zich bevinden; zijn | leven; logeren; resideren; verblijfplaats hebben; verblijven; wonen |
| existera | bestaan; existeren; leven; zijn | |
| finnas | bestaan; existeren; leven; zijn | gebeuren; passeren; plaats hebben; plaatsvinden; voordoen; voorvallen |
| uppehålla sig | uithangen; zich bevinden; zijn | |
| vara bosatt | uithangen; zich bevinden; zijn | |
| vara till | bestaan; existeren; leven; zijn | |
| vistas | uithangen; zich bevinden; zijn | |
| - | wezen | |
| Other | Related Translations | Other Translations |
| hans | zijne | |
| Modifier | Related Translations | Other Translations |
| hans | zijn |