Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. voetballen:
  2. voetbal:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for voetballen from Dutch to German

voetballen:

voetballen verb

  1. voetballen (voetbal spelen)

Translation Matrix for voetballen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
Fußball spielen voetbal spelen; voetballen

Related Words for "voetballen":


Related Definitions for "voetballen":

  1. sport met twee groepen van elf spelers en een bal1
    • Ajax schopte de bal in het doel van Feijenoord1

Wiktionary Translations for voetballen:

voetballen
verb
  1. een spel met een voetbal spelen

voetbal:

voetbal [het ~] noun

  1. het voetbal (voetbalspel)
    der Fußball

voetbal [de ~ (m)] noun

  1. de voetbal (bal)
    die Fußball; die Ball

Translation Matrix for voetbal:

NounRelated TranslationsOther Translations
Ball bal; voetbal bal; bol wol; dansfeest; gala; galabal; kloot
Fußball bal; voetbal; voetbalspel partij; voetbalspel; voetbalwedstrijd

Related Words for "voetbal":


Wiktionary Translations for voetbal:

voetbal
noun
  1. een balsport waarbij twee teams van 11 spelers met hun voeten (of hoofd) een bal in het doel van de tegenstander proberen te krijgen
voetbal
noun
  1. Sport, Freizeit: ein Ball zur Ausübung des Sportes [1]
  2. Sport, Freizeit, kein Plural: eine beliebte Mannschaftssportart, welche mit 22 Spielern und einem Ball gespielt wird

Cross Translation:
FromToVia
voetbal Fußball association football — soccer
voetbal Fußball; Fussball football — British game
voetbal Fussball; Fußball football — ball
voetbal Fußball soccer — soccer
voetbal Ball; Fußball ballon — grosse balle pour jouer
voetbal Fußball football — angl|fr sport opposant deux équipes de onze joueurs, dans lequel il faut faire pénétrer un ballon rond dans le but adverse sans le toucher de la main ou du bras, interdiction dont sont dispensés les gardien de but, à l'intérieur de leurs [[surface de réparation|sur