Summary
German to Dutch:   more detail...
  1. wegleiten:


German

Detailed Translations for wegleiten from German to Dutch

wegleiten:

wegleiten verb

  1. wegleiten (wegführen)
    wegleiden; wegvoeren
    • wegleiden verb (leid weg, leidt weg, leidde weg, leidden weg, weggeleid)
    • wegvoeren verb (voer weg, voert weg, voerde weg, voerden weg, weggevoerd)

Translation Matrix for wegleiten:

NounRelated TranslationsOther Translations
wegleiden Abführen; Fortführen; Wegführen
VerbRelated TranslationsOther Translations
wegleiden wegführen; wegleiten
wegvoeren wegführen; wegleiten abführen; abtragen; davontragen; fortbringen; fortfahren; fortführen; fortschaffen; fortschleppen; forttragen; wegbringen; wegführen; wegschaffen; wegschleppen; wegtragen