Detailed Translations for sanctify from English to Dutch


sanctify verb

  1. sanctify (consecrate; bless)
    wijden; zegenen; inzegenen; heiligen; inwijden
    • wijden verb (wijd, wijdt, wijdde, wijdden, gewijd)
    • zegenen verb (zegen, zegent, zegende, zegenden, gezegend)
    • inzegenen verb (zegen in, zegent in, zegende in, zegenden in, ingezegend)
    • heiligen verb (heilig, heiligt, heiligde, heiligden, geheiligd)
    • inwijden verb (wijd in, wijdt in, wijdde in, wijdden in, ingewijd)

Translation Matrix for sanctify:

NounRelated TranslationsOther Translations
zegenen benediction; blessing; boon
VerbRelated TranslationsOther Translations
heiligen bless; consecrate; sanctify
inwijden bless; consecrate; sanctify inaugurate; initiate; instal; install
inzegenen bless; consecrate; sanctify
wijden bless; consecrate; sanctify
zegenen bless; consecrate; sanctify
- bless; consecrate; hallow; purge; purify

Related Words for "sanctify":

Synonyms for "sanctify":

Antonyms for "sanctify":

Related Definitions for "sanctify":

  1. make pure or free from sin or guilt1
  2. render holy by means of religious rites1

Wiktionary Translations for sanctify:

  1. to make holy
  2. to purify
  3. to make acceptable or useful
  4. to endorse