Dutch

Detailed Translations for wanordelijkheid from Dutch to German

wanordelijkheid:

wanordelijkheid [de ~ (v)] noun

  1. de wanordelijkheid (wanorde; zooitje)
    die Unordnung; Chaos; Durcheinander
  2. de wanordelijkheid (chaos; wanorde; puinhoop; )
    Chaos; der Wirbel; die Verwirrung; die Unordnung; Gewirr; die Verworrenheit; Durcheinander; die Verwüstung; der Wirrwarr
  3. de wanordelijkheid (slordigheid)
    die Nachlässigkeit; Übel; die Unordentlichkeit; die Unordnung; die Schlamperei

Translation Matrix for wanordelijkheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
Chaos chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zooitje; zootje bende; knoeiboel; puinhoop; puinzooi; rommel; rotzooi; soepzootje; troep; warboel; warhoop; warwinkel; wirwar; zooi; zootje
Durcheinander chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zooitje; zootje beestenboel; bende; geharrewar; knoeiboel; menging; puinhoop; puinzooi; rommel; rommelig gedoe; rotzooi; soepzootje; troep; warboel; warhoop; warwinkel; wirwar; zooi; zootje
Gewirr chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zootje beroering; drukte; gedoe; geraas; grote menigte; heibel; heksenketel; kouwe drukte; lawaai; leven; omhaal; ophef; opschudding; pandemonium; rumoer; toeloop; tumult; veel mensen; wirwar
Nachlässigkeit slordigheid; wanordelijkheid nalatigheid; verzaking; verzuim
Schlamperei slordigheid; wanordelijkheid nalatigheid; verzaking; verzuim
Unordentlichkeit slordigheid; wanordelijkheid het onregelmatig-zijn; ongeregeldheid; onregelmatigheid; ordeloosheid
Unordnung chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; slordigheid; wanorde; wanordelijkheid; zooitje; zootje het onregelmatig-zijn; ongeregeldheid; onregelmatigheid; ordeloosheid; wirwar
Verwirrung chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zootje ontsteldheid; verbijstering; verbouwereerdheid; verwardheid; verwarring
Verworrenheit chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zootje verwardheid; verwarring
Verwüstung chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zootje ravage; vernieling; verwoesting
Wirbel chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zootje kruinen; maalstromen; nekwervel; ruggegraatswervel; ruggenwervel; rugwervel; verwardheid; verwarring; wervel; wervels
Wirrwarr chaos; heksenketel; keet; puinhoop; regelloosheid; wanorde; wanordelijkheid; zootje bende; knoeiboel; puinhoop; puinzooi; rommel; rotzooi; troep; warboel; warhoop; warwinkel; wirwar; zooi; zootje
Übel slordigheid; wanordelijkheid bezwaar; euvel; grief; het klagen; klacht; kwaaltje; mankement; ongemak; ongerief; onvolkomenheid; zeer; ziekte

Related Words for "wanordelijkheid":


wanordelijk:


Translation Matrix for wanordelijk:

VerbRelated TranslationsOther Translations
nachlässig slordig maken
ModifierRelated TranslationsOther Translations
chaotisch ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk asociaal; bandeloos; chaotisch; ongeordend; ongeorganiseerd; ongesystematiseerd; onmaatschappelijk; ordeloos; rommelig; verwilderd
durcheinander ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk asociaal; chaotisch; diffuus; door elkaar; door elkaar heen; dooreen; doorelkaar; geestelijk verward; in de war; ondersteboven; onmaatschappelijk; overhoop; rommelig; vaag waarneembaar; verward; warrig
nachlässig ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk dellerig; gerust; haveloos; lijzig; log; loom; luchthartig; morsig; nalatig; onachtzaam; onbekommerd; onbesuisd; onbezorgd; ranzig; sletterig; slodderig; slonzig; viezig; voddig; vunzig; zorgeloos
schlampig ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk dellerig; door elkaar; dooreen; flodderig; haveloos; morsig; nalatig; ongefundeerd; ongegrond; ongemotiveerd; onopgeruimd; ranzig; sletterig; slobberig; slodderig; slonzig; slordig; smerig; vies; viezig; voddig; vuil; vunzig; zonder grond
ungeordnet ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk asociaal; chaotisch; ongeordend; ongeorganiseerd; ongeregeld; ongesystematiseerd; onmaatschappelijk; ordeloos; rommelig
ungeregelt ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk asociaal; chaotisch; ongeregeld; onmaatschappelijk; rommelig
unordentlich ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk asociaal; bandeloos; chaotisch; door elkaar; dooreen; flodderig; haveloos; morsig; ongeordend; ongeorganiseerd; ongesystematiseerd; onmaatschappelijk; onopgeruimd; ordeloos; ranzig; rommelig; slobberig; slodderig; slonzig; slordig; verwilderd; viezig; voddig; vunzig
unregelmäßig ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk
wüst onordelijk; ordeloos; wanordelijk bitter teleurgesteld; boos; dol; furieus; hels; koud; kwaad; laag van temperatuur; laaiend; nijdig; onbewoond; ongeregeld; razend; tierend; verbitterd; woedend; woest
zerzaust ongeregeld; onordelijk; ordeloos; rommelig; slordig; wanordelijk bandeloos; door elkaar; dooreen; onverzorgd; verwaarloosd; verwilderd

Related Words for "wanordelijk":


Wiktionary Translations for wanordelijk:


Cross Translation:
FromToVia
wanordelijk chaotisch chaotic — Extremely disorganized or in disarray
wanordelijk chaotisch messy — in a disorderly state; causing mess or confusion; chaotic; disorderly