Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. reglementeren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for reglementeren from Dutch to Spanish

reglementeren:

reglementeren verb (reglementeer, reglementeert, reglementeerde, reglementeerden, gereglementeerd)

  1. reglementeren

Conjugations for reglementeren:

o.t.t.
  1. reglementeer
  2. reglementeert
  3. reglementeert
  4. reglementeren
  5. reglementeren
  6. reglementeren
o.v.t.
  1. reglementeerde
  2. reglementeerde
  3. reglementeerde
  4. reglementeerden
  5. reglementeerden
  6. reglementeerden
v.t.t.
  1. heb gereglementeerd
  2. hebt gereglementeerd
  3. heeft gereglementeerd
  4. hebben gereglementeerd
  5. hebben gereglementeerd
  6. hebben gereglementeerd
v.v.t.
  1. had gereglementeerd
  2. had gereglementeerd
  3. had gereglementeerd
  4. hadden gereglementeerd
  5. hadden gereglementeerd
  6. hadden gereglementeerd
o.t.t.t.
  1. zal reglementeren
  2. zult reglementeren
  3. zal reglementeren
  4. zullen reglementeren
  5. zullen reglementeren
  6. zullen reglementeren
o.v.t.t.
  1. zou reglementeren
  2. zou reglementeren
  3. zou reglementeren
  4. zouden reglementeren
  5. zouden reglementeren
  6. zouden reglementeren
en verder
  1. is gereglementeerd
  2. zijn gereglementeerd
diversen
  1. reglementeer!
  2. reglementeert!
  3. gereglementeerd
  4. reglementerend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for reglementeren:

VerbRelated TranslationsOther Translations
reglamentar reglementeren

Wiktionary Translations for reglementeren:


Cross Translation:
FromToVia
reglementeren arreglar réglertirer avec la règle des lignes droites sur du papier, du parchemin, du carton, etc. cf|papier réglé.