Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. afstemming:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for afstemming from Dutch to Spanish

afstemming:

afstemming [de ~ (v)] noun

  1. de afstemming (afstelling; afstemmen)
    la regulación; el ajuste; el reglaje; la sincronización; el sintonizar; la igualación
  2. de afstemming
    la conciliación

Translation Matrix for afstemming:

NounRelated TranslationsOther Translations
ajuste afstelling; afstemmen; afstemming aanpassing; afstelling; bijstelling; fit; inregeling; instelling; optimalisatie; scherpstelling
conciliación afstemming bijlegging
igualación afstelling; afstemmen; afstemming equatie; gelijkmaken; gelijkmaking; gelijkschakeling; gelijkstelling; nivelleren; synchronisatie; vereffening
reglaje afstelling; afstemmen; afstemming afstelling; gelijkschakeling; gelijkstelling; inregeling; instelling; synchronisatie
regulación afstelling; afstemmen; afstemming gelijkschakeling; gelijkstelling; instelling op; opbouw; orde; ordening; organisatie; regel; regelgeving; regeling; reglement; regularisatie; samenstelling; structuur; synchronisatie; systeem; voorschrift; wet
sincronización afstelling; afstemmen; afstemming gelijkschakeling; gelijkstelling; synchronisatie
sintonizar afstelling; afstemmen; afstemming
VerbRelated TranslationsOther Translations
sintonizar afstellen; afstemmen; bijstellen; regelen

Wiktionary Translations for afstemming:


Cross Translation:
FromToVia
afstemming adecuación adéquation — Qualité de ce qui est adéquat.