Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. inwinnen:


Dutch

Detailed Translations for inwinnen from Dutch to Spanish

inwinnen:

inwinnen verb (win in, wint in, won in, wonnen in, ingewonnen)

  1. inwinnen (trachten te krijgen)

Conjugations for inwinnen:

o.t.t.
  1. win in
  2. wint in
  3. wint in
  4. winnen in
  5. winnen in
  6. winnen in
o.v.t.
  1. won in
  2. won in
  3. won in
  4. wonnen in
  5. wonnen in
  6. wonnen in
v.t.t.
  1. heb ingewonnen
  2. hebt ingewonnen
  3. heeft ingewonnen
  4. hebben ingewonnen
  5. hebben ingewonnen
  6. hebben ingewonnen
v.v.t.
  1. had ingewonnen
  2. had ingewonnen
  3. had ingewonnen
  4. hadden ingewonnen
  5. hadden ingewonnen
  6. hadden ingewonnen
o.t.t.t.
  1. zal inwinnen
  2. zult inwinnen
  3. zal inwinnen
  4. zullen inwinnen
  5. zullen inwinnen
  6. zullen inwinnen
o.v.t.t.
  1. zou inwinnen
  2. zou inwinnen
  3. zou inwinnen
  4. zouden inwinnen
  5. zouden inwinnen
  6. zouden inwinnen
en verder
  1. is ingewonnen
diversen
  1. win in!
  2. wint in!
  3. ingewonnen
  4. inwinnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

inwinnen [znw.] noun

  1. inwinnen
    el pedir

Translation Matrix for inwinnen:

NounRelated TranslationsOther Translations
pedir inwinnen bestellen
VerbRelated TranslationsOther Translations
averiguar inwinnen; trachten te krijgen checken; controleren; doorvorsen; informeren; nagaan; nakijken; naspeuren; nasporen; natrekken; navraag doen; navragen; onderzoeken; ontraadselen; ontrafelen; ontwarren; uitpluizen; uitrafelen; uitvezelen; uitvinden; uitzoeken; verifiëren
informarse inwinnen; trachten te krijgen informeren; navraag doen; navragen; poolshoogte nemen
pedir aanvragen; aanzoeken; bestellen; bevragen; bidden; in gebed zijn; ontbieden; oproepen; opvragen; orderen; rekwestreren; soebatten; sommeren; uitnodigen; verzoeken; vragen
preguntar inwinnen; trachten te krijgen vraag stellen; vragen

Related Translations for inwinnen