Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. netwerk:
  2. Wiktionary:
  3. User Contributed Translations for netwerk:
    • réseaux


Dutch

Detailed Translations for netwerk from Dutch to French

netwerk:

netwerk [het ~] noun

  1. het netwerk (net)
    le réseau; le filet; la chaîne; le treillis; l'antenne
  2. het netwerk
    le réseau

Translation Matrix for netwerk:

NounRelated TranslationsOther Translations
antenne net; netwerk antenne; net; spriet; televisiekanaal; voelhoren; voelspriet
chaîne net; netwerk aaneengeschakelde ringen om iemand mee vast te binden; aaneenschakeling; boei; halsketting; halssieraad; halssnoer; keten; ketting; kettinkje; kluister; net; schering; sneeuwketting; snoer; tekenreeks; televisiekanaal
filet net; netwerk beheer; bestuur; bies; directie; draad; elektriciteitsdraad; filet; filetstuk; garen; geleiding; haasfilet; haasje; hechtdraad; kabel; kabelleiding; leiding; sliert; slingervormig ding; snoer; snoertje; strook; tennisnet; tongriem; valnet
réseau net; netwerk elektriciteitsnet; hoogspanningsnet; lichtnet
treillis net; netwerk afrastering; grendels; hekwerk; omheining; omrastering; raster; rastering; rasterwerk; rooster; schutting

Related Words for "netwerk":

  • netwerken

Wiktionary Translations for netwerk:


Cross Translation:
FromToVia
netwerk grille grid — in computing
netwerk réseau net — interconnecting system