Dutch

Detailed Translations for aanzwiepen from Dutch to French

aanzwiepen:

aanzwiepen verb

  1. aanzwiepen (voortdrijven; wegjagen; voortjagen; opdrijven)
    augmenter; encourager; dépêcher; stimuler; pousser en avant; pousser; inciter; propulser; aiguillonner; faire monter
    • augmenter verb (augmente, augmentes, augmentons, augmentez, )
    • encourager verb (encourage, encourages, encourageons, encouragez, )
    • dépêcher verb (dépêche, dépêches, dépêchons, dépêchez, )
    • stimuler verb (stimule, stimules, stimulons, stimulez, )
    • pousser verb (pousse, pousses, poussons, poussez, )
    • inciter verb (incite, incites, incitons, incitez, )
    • propulser verb (propulse, propulses, propulsons, propulsez, )
    • aiguillonner verb (aiguillonne, aiguillonnes, aiguillonnons, aiguillonnez, )

Translation Matrix for aanzwiepen:

NounRelated TranslationsOther Translations
inciter aanmoedigen; aanvuren; stimuleren; toejuichen
stimuler aanmoedigen; aanvuren; stimuleren; toejuichen
VerbRelated TranslationsOther Translations
aiguillonner aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aanmoedigen; aansporen; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; bemoedigen; instigeren; motiveren; oppoken; opporren; opwekken; opwinden; opzwepen; prikkelen; provoceren; sterk prikkelen; stimuleren; toemoedigen
augmenter aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aangroeien; aanwassen; aanwinnen; aanzwellen; de hoogte ingaan; gedijen; groeien; groter worden; hoger draaien; hoger maken; omhoog komen; omhoog rijzen; omhoogdraaien; omhooggaan; omhoogstijgen; opdraaien; opdrijven; ophogen; opschroeven; opvoeren; opzetten; rijzen; stijgen; talrijker maken; toenemen; uitbreiden; veel doen stijgen; vergroten; verhogen; vermeerderen; zich vermeerderen
dépêcher aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen
encourager aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aanblazen; aanmoedigen; aansporen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; bemoedigen; iemand motiveren; instigeren; moed inspreken; motiveren; oppoken; opstoken; poken; prikkelen; provoceren; stimuleren; stoken; toemoedigen
faire monter aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aanblazen; aanwakkeren; doen opvlammen; doen stijgen
inciter aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aandrijven; aanjagen; aanmoedigen; aansporen; aanstoken; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; animeren; bemoedigen; iemand motiveren; instigeren; motiveren; opfokken; ophitsen; opjutten; opkrikken; oppoken; opporren; opruien; opstoken; opwekken; opwinden; poken; porren; prikkelen; provoceren; stimuleren; toemoedigen; wakker schudden
pousser aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aandrijven; aandringen; aanduwen; aanhouden; aansporen; aanstoten; afschrikken; agiteren; bang maken; dringen; duwen; gedijen; gisten; groeien; groot worden; in beroering brengen; kiemen; omhoog schieten; omroeren; ontkiemen; ontspringen; ontspruiten; ontstaan uit; op iets aandringen; opdrijven; opdringen; opduwen; openstoten; opgroeien; opkrikken; oppoken; opschieten; opschroeven; opschuiven; opstoken; opwekken; plaats maken; prikkelen; roeren; schuiven; stimuleren; tieren; uit de grond schieten; uit de kiem te voorschijn komen; uitbotten; uitkomen; uitlopen; veel doen stijgen; verderhelpen; verplaatsen; verschrikken; verzetten; voortduwen; voortkomen uit; voortschuiven; vooruitbrengen; vooruitduwen; vooruithelpen; wassen
pousser en avant aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aanduwen; aanzetten; duwen; opschuiven; opstuwen; opzwepen; schuiven; sterk prikkelen; stuwen; voorschuiven; voortduwen; voortschuiven; voortstuwen; vooruitduwen; vooruitschuiven
propulser aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aanzetten; opstuwen; opzwepen; sterk prikkelen; stuwen; voortbewegen; voortstuwen; vooruitduwen; vooruitschieten
stimuler aanzwiepen; opdrijven; voortdrijven; voortjagen; wegjagen aanblazen; aandrijven; aanmoedigen; aansporen; aanvuren; aanwakkeren; aanzetten; aanzetten tot; activeren; animeren; bemoedigen; bezielen; doen opvlammen; een inspirerende werking hebben; iemand motiveren; inboezemen; ingeven; inspireren; instigeren; motiveren; opkrikken; oppeppen; oppoken; opporren; opwekken; opwinden; prikkelen; provoceren; stimuleren; toejuichen; toemoedigen; wakker schudden