Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. openstaand:
  2. openstaan:


Dutch

Detailed Translations for openstaand from Dutch to French

openstaand:

openstaand adj

  1. openstaand (ontvankelijk; vatbaar)

Translation Matrix for openstaand:

NounRelated TranslationsOther Translations
sensible waarneembaarheid
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
libre ontvankelijk; openstaand; vatbaar beschikbaar; brutaal; disponibel; in een handomdraai; in vrijheid; loos; moeiteloos; natuurlijk; niet beschroomd; onbelemmerd; onbeschroomd; ongedwongen; ongehuwd; ongekunsteld; stoutmoedig; vacant; vanzelf; vrij; vrijmoedig; vrijpostig; zonder moeite; zonder taak
ouvert ontvankelijk; openstaand; vatbaar aangebroken; aanspreekbaar; begaanbaar; benaderbaar; bereikbaar; genaakbaar; geopend; niet dicht; onbebouwd; onbewimpeld; onomwonden; ontsloten; onverholen; open; opengelegd; opengemaakt; opengesteld; openhartig; oprecht; rechtdoorzee; ronduit; toegankelijk; toeschietelijk; vrij; vrijelijk; vrijuit
ModifierRelated TranslationsOther Translations
réceptif ontvankelijk; openstaand; vatbaar receptief
sensible ontvankelijk; openstaand; vatbaar aangebrand; aanraakbaar; concreet; duidelijk; emotioneel; fijngevoelig; fijnzinnig; geprikkeld; gevoelig; geërgerd; geïrriteerd; grijpbaar; humeurig; konkreet; korzelig; kregel; kwalijknemend; lichtgeraakt; pijnlijk; pissig; prikkelbaar; sensueel; stoffelijk; tastbaar; teerbesnaard; teergevoelig; teerhartig; vatbaar; voelbaar; weekhartig; wulps; zeer; zinlijk
susceptible ontvankelijk; openstaand; vatbaar aangebrand; geprikkeld; gevoelig; geërgerd; geïrriteerd; humeurig; korzelig; kwalijknemend; lichtgeraakt; pissig; prikkelbaar; slap; teergevoelig; vatbaar; zwak

openstaan:

openstaan verb (sta open, staat open, stond open, stonden open, opengestaan)

  1. openstaan

Conjugations for openstaan:

o.t.t.
  1. sta open
  2. staat open
  3. staat open
  4. staan open
  5. staan open
  6. staan open
o.v.t.
  1. stond open
  2. stond open
  3. stond open
  4. stonden open
  5. stonden open
  6. stonden open
v.t.t.
  1. heb opengestaan
  2. hebt opengestaan
  3. heeft opengestaan
  4. hebben opengestaan
  5. hebben opengestaan
  6. hebben opengestaan
v.v.t.
  1. had opengestaan
  2. had opengestaan
  3. had opengestaan
  4. hadden opengestaan
  5. hadden opengestaan
  6. hadden opengestaan
o.t.t.t.
  1. zal openstaan
  2. zult openstaan
  3. zal openstaan
  4. zullen openstaan
  5. zullen openstaan
  6. zullen openstaan
o.v.t.t.
  1. zou openstaan
  2. zou openstaan
  3. zou openstaan
  4. zouden openstaan
  5. zouden openstaan
  6. zouden openstaan
diversen
  1. sta open!
  2. staat open!
  3. opengestaan
  4. openstaand
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for openstaan:

VerbRelated TranslationsOther Translations
être libre openstaan leeglopen; vrijlopen
être ouvert openstaan openliggen
être vacant openstaan