Dutch

Detailed Synonyms for te veel in Dutch

teveel:

teveel [het ~] noun

  1. het teveel
    het surplus; het teveel; de overmaat; de overdaad
  2. het teveel
    het surplus; het teveel; het overschot; het agio; de rest; het exces
  3. het teveel
    – deel dat je overhoudt 1
    het teveel
    – deel dat je overhoudt 1
    • teveel [het ~] noun
      • hij heeft een teveel aan energie1

Related Words for "teveel":

  • tevelen

Antonyms for "teveel":


Related Definitions for "teveel":

  1. deel dat je overhoudt1
    • hij heeft een teveel aan energie1

veel:

veel adj

  1. veel
    veel
  2. veel
    – grote hoeveelheid, groot aantal 1
    veel
    – grote hoeveelheid, groot aantal 1
    • veel adj
      • zij hebben veel kinderen1

veel adv

  1. veel
  2. veel
    – op veel momenten, veel keren 1
    veel; vaak; dikwijls
    – op veel momenten, veel keren 1
    • veel adv
      • zij kijken veel televisie1
    • vaak adv
      • ik ga vaak op vakantie naar het buitenland1
    • dikwijls adv
      • Mehmet gaat dikwijls op reis1

veel [de ~] noun

  1. de veel
    – grote hoeveelheid, groot aantal 1
    de veel; de hoop; de massa; de stoot; de boel
    – grote hoeveelheid, groot aantal 1
    • veel [de ~] noun
      • zij hebben veel kinderen1
    • hoop [de ~ (m)] noun
      • wat een hoop snoepjes heb jij!1
    • massa [de ~] noun
      • ik heb een massa boeken1
    • stoot [de ~ (m)] noun
      • ik heb een stoot boeken gekocht1
    • boel [de ~ (m)] noun
      • er zijn een boel mensen op straat1

Related Words for "veel":


Alternate Synonyms for "veel":


Antonyms for "veel":


Related Definitions for "veel":

  1. grote hoeveelheid, groot aantal1
    • zij hebben veel kinderen1
  2. op veel momenten, veel keren1
    • zij kijken veel televisie1

te veel:

te veel adj

  1. te veel

te veel form of velen:

velen verb (veel, veelt, veelde, veelden, geveeld)

  1. velen
    verdragen; velen; dulden
    • verdragen verb (verdraag, verdraagt, verdroeg, verdroegen, verdragen)
    • velen verb (veel, veelt, veelde, veelden, geveeld)
    • dulden verb (duld, duldt, duldde, duldden, geduld)

Conjugations for velen:

o.t.t.
  1. veel
  2. veelt
  3. veelt
  4. velen
  5. velen
  6. velen
o.v.t.
  1. veelde
  2. veelde
  3. veelde
  4. veelden
  5. veelden
  6. veelden
v.t.t.
  1. heb geveeld
  2. hebt geveeld
  3. heeft geveeld
  4. hebben geveeld
  5. hebben geveeld
  6. hebben geveeld
v.v.t.
  1. had geveeld
  2. had geveeld
  3. had geveeld
  4. hadden geveeld
  5. hadden geveeld
  6. hadden geveeld
o.t.t.t.
  1. zal velen
  2. zult velen
  3. zal velen
  4. zullen velen
  5. zullen velen
  6. zullen velen
o.v.t.t.
  1. zou velen
  2. zou velen
  3. zou velen
  4. zouden velen
  5. zouden velen
  6. zouden velen
diversen
  1. veel!
  2. veelt!
  3. geveeld
  4. velend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Related Words for "velen":


Related Synonyms for te veel